Kennislink Neurobasic proefdieren - soms word je teleurgesteld feature

‘Het is geen automatisme; soms word je teleurgesteld’

Het principe achter onderzoeksconsortium NeuroBasic is om geneesmiddelen op een zinnige manier te testen op proefdieren, waarbij de ziekte die ze moeten genezen vooral tot uiting komt in hun gedrag. Een muis blijft echter een proefdier van dertig gram en lange snorharen. Is een muis wel zo geschikt om menselijke aandoeningen aan te meten? Aan het woord Chris de Zeeuw, programmadirecteur NeuroBasic en Steven Kushner, Transworkpackageleader Schizofrenie.

door René Rector, Sciencestories.nl & Rineke Voogt

Waarom is gekozen voor een muis als proefdier?

De Zeeuw: “We hebben voor 97 procent dezelfde genen als een muis. Dat betekent dat heel veel genetische defecten, die ervoor zorgen dat een bepaald eiwit niet of verkeerd wordt aangemaakt, bij een muis identieke problemen veroorzaakt. Bovendien kan een muis gemakkelijk genetisch gemanipuleerd worden, is een muis eenvoudig te houden, plant hij zich snel en makkelijk voort en is goedkoop – wat het altijd al tot een geschikt proefdier maakte.”

Toch zijn er ook cases bekend van medicijnen die op de muis goed werkte, maar in de klinische trials teleurstelden.

De Zeeuw: “Dat komt voor. We hebben het binnen NeuroBasic ook gezien. In de praktijk blijkt dan dat een proces genetisch dezelfde oorsprong heeft bij muis en mens, maar dat de mate waarin de genen tot expressie komen bij een mens toch anders is. Daarom is het ook zo belangrijk dat je goed blijft opletten zodra je de vertaalslag naar de mens gaat maken: het is geen automatisme dat het daar net zo werkt. Soms word je gedeeltelijk teleurgesteld. Het blijft echter ook interessant om te kijken wat er nu juist wel en wat juist niet vergelijkbaar is.”

Kushner: “Een proefdier is geen persoon: de muis is expliciet een model, niet de daadwerkelijke patiënt. Dat maakt het moeilijk. We moeten goed uitzoeken welke delen van de fysiologie vergelijkbaar of juist compleet anders zijn.”

Je zou ook kunnen kiezen voor een ander proefdier.

Kushner: “Het kan soms voordelig zijn om te kiezen voor bijvoorbeeld de zebravis of een fruitvlieg. Maar voor ons type hersenonderzoek blijft het essentieel dat het modelbrein lijkt op dat van een mens. Het brein moet zo ontwikkeld mogelijk zijn, maar het dier moet zo min mogelijk lijden. Een potentieel diermodel als een primaat komt dan te dichtbij: hun emoties lijken te veel op die van ons.”

De Zeeuw: “Er is geen beter model. Welk dier je ook kiest, de stap waarbij je van proefdier naar mens gaat blijft cruciaal. En juist omdat we wel veel lijken op andere zoogdieren, maar er wel degelijk verschillen zijn, wordt iets wat veelbelovend leek toch geen succes of slechts een gedeeltelijk succes.”

Het argument dat proefdieren soms helemaal niet zo’n goed model blijken, wordt door lobbyisten ook aangevoerd om dan maar helemaal van proef- dieren af te stappen. Wat vindt u?

De Zeeuw: “Ik heb wel sympathie voor de moraal die voorschrijft dat elk proefdier er één te veel is. Ik vind dat je proefdieren alleen maar mag opofferen als er een reële kans is op nieuwe kennis. Toen ik als jonge onderzoeker mijn eerste rat moest doodmaken, heb ik overwogen een carrièreswitch te maken. Maar de realiteit is nu eenmaal dat we geen alternatief hebben. Er zijn geen proefdieren in het rijkdom der zoogdieren die geschikter zijn voor genetische manipulatie dan een muis, en helemaal zonder proefdieren kan je eigenlijk alleen in sommige gevallen, door op gekweekt weefsel te testen, en dan nog moet dat weefsel ergens vandaan komen. Waar dat kan, gebeurt dat ook. Maar je kunt aan weefsel niet zien of het depressief is, of epileptisch. Je kunt dat alleen maar aan het gedrag van een levend organisme zien.”

Kushner: “Het komt er uiteindelijk op neer dat geen enkele patiënt medicijnen zou willen testen die hem kunnen schaden. Als je proefdieren volledig buiten beschouwing laat, neem je dus een enorm risico. Niet alles kun je testen op computermodellen of gekweekte cellen. Maar het is echt niet zo dat wetenschappers dolgraag met proefdieren werken. Hopelijk hebben we ze op een dag niet meer nodig. Als er een net zo goed alternatief was, al kwam het zelfs maar in de buurt van net zo goed: ik zou het morgen overnemen, en velen met mij.”

Dit Kennislink hersenziekten NeuroBasic | hersenziektenverhaalLSHFES cover NL Diagnose, medicijnen, herstel | pathologen over pathologen schreef ik samen met RIneke Voogt en verscheen in Diagnose, medicijnen,
herstel, een boek onder mijn hoofdredactie over de resultaten van de LSH-FES-onderzoeksconsortia. Het verhaal hoort bij het gedeelte over onderzoeksconsortium Neurobasic.

Diagnose, medicijnen, herstel, werd uitgegeven door:

Nemo Kennislink | pathologen