Het tweede leven van Santorium Zonnestraal

Sanatorium Zonnestraal in Hilversum werd in de jaren twintig gebouwd met het idee dat tuberculose binnen twintig jaar niet meer zou bestaan. En dat het gebouw daarna eigenlijk wel weg kon. Architecten Duiker en Bijvoet bouwden het ook zo: snel, goedkoop, en niet al te bestendig. En helemaal ingericht op het naar binnen en naar buiten rijden van de bedden met patiënten die moesten genezen van de gezonde en zuivere lucht op het landgoed.

tekst: René Rector, Sciencestories.nl

Dat laatste was vernieuwend, net als het veelvuldig gebruik van beton en andere materialen die toen nog maar mondjesmaat werden toegepast. En dertig jaar later was tuberculose inderdaad geen groot probleem meer. Als sanatorium sloot Zonnestraal haar deuren. Het gebouwencomplex verpauperde. Maar in de jaren negentig moest het òf gesloopt, òf gerestaureerd. En het liefst het laatste, want Zonnestraal was exemplarisch voor de vernieuwing in de tijd dat het gebouwd werd.

Intermediair Het tweede leven van Santorium Zonnestraal foto

Zonnestraal restaureren was op zichzelf vernieuwend in het denken over restaureren. Restaureren betekende altijd: herstellen in oude staat. Maar Zonnestraal was zó vergaan, dat dat onmogelijk was. Bij onderzoek bleek dat de betonnen constructie die het gebouw overeind hield op sommige plaatsen evenveel draagkracht had als een zandkasteel. Restauratiearchitect Wessel de Jonge wikte en woog, en kwam met compromisvolle oplossingen.

Het tweede leven van Santorium Zonnestraal werd gepubliceerd in:

Intermediair