Bianca Baak: ‘Ik train een heel jaar om één week in topvorm te zijn’

Voor de meeste studenten begint hun loopbaan pas echt nadat ze zijn afgezwaaid. Maar voor Bianca Baak (24) was haar studie Business Administration aan de VU eerder een noodzakelijke stoorzender voor een carrière die al veel eerder begon: als snelste over tien horden. Deze zomer bracht ze het met een persoonlijk record tot de kwartfinales op het Europees Kampioenschap.

tekst: René Rector, Sciencestories

Je blinkt uit in de 400 meter horden. Hoe is dat zo gekomen?

“Ik had in de eerste klas van de middelbare school een huiswerkopdracht van mijn gymnastiekdocent: ik moest een training volgen bij een atletiekvereniging. Mijn vriendinnetje deed toen aan hordelopen, dus dat leek me wel leuk. In eerste instantie deed ik van alles, van sprint tot verspringen tot horden. Maar ik werd er al snel uitgepikt. Voor hordelopen moet je snel zijn. In feite is hordelopen gewoon sprinten, maar dan met wat obstakels. Verder moet je niet bang zijn voor de horden, en voor de langere afstanden is tactisch inzicht belangrijk. Korte afstanden loop je een ‘driepas’ – dus drie passen, dan een horde, en dan weer drie passen. Je springt telkens met hetzelfde been. Maar op de drie- of vierhonderd meter kom je daar niet meer mee weg. Je moet dan goed en snel nadenken. Ik bleek dat allemaal te kunnen, dus dan loop je al snel bij een regionale trainer.”

Dat verklaart waarom je steeds beter geworden bent. Maar is hordelopen ook leuk?

“Ja. Ik vind het heel divers, omdat er zoveel bij komt kijken: techniek, de snelheid. Maar bottom line ben ik ook gemotiveerd omdat ik er goed in ben en ik winnen heel leuk vind. Je wilt gewoon de beste zijn. Je doet het voor het podium. Daardoor ben ik me ook steeds meer op die vierhonderd meter horden gaan focussen.”

Bianca Baak: ‘Ik train 18 uur per week naast een baan van 24 uur’

Kost dat veel tijd?

“Ik train 18 uur per week naast een baan van 24 uur als assistent-accountant. Mijn huidige werkgever geeft me alle ruimte om werk en sport met elkaar te combineren. In de zomer ben ik vrijwel ieder weekend in het buitenland en trainen doordeweeks maakt me minder inzetbaar. Zodra ik ging solliciteren, bleek dat veel bedrijven het heel interessant vinden om een topsporter aan boord te hebben, maar bleken ook veel van die bedrijven af te haken omdat het niet te realiseren is.”

Lees het hele interview met Bianca Baak op VU Magazine, het online alumnimagazine van:

Vrije Universiteit Amsterdam | Bianca Baak