Tagarchief: De Vrije Universiteit

Voor De Vrije Universiteit schreef ik voor Gewoon Bijzonder, het corporate magazine waarvan ik hoofdredacteur was, en recenter voor de alumniwebsite.

Bianca Baak: ‘Ik train een heel jaar om één week in topvorm te zijn’

Voor de meeste studenten begint hun loopbaan pas echt nadat ze zijn afgezwaaid. Maar voor Bianca Baak (24) was haar studie Business Administration aan de VU eerder een noodzakelijke stoorzender voor een carrière die al veel eerder begon: als snelste over tien horden. Deze zomer bracht ze het met een persoonlijk record tot de kwartfinales op het Europees Kampioenschap.

tekst: René Rector, Sciencestories

Je blinkt uit in de 400 meter horden. Hoe is dat zo gekomen?

“Ik had in de eerste klas van de middelbare school een huiswerkopdracht van mijn gymnastiekdocent: ik moest een training volgen bij een atletiekvereniging. Mijn vriendinnetje deed toen aan hordelopen, dus dat leek me wel leuk. In eerste instantie deed ik van alles, van sprint tot verspringen tot horden. Maar ik werd er al snel uitgepikt. Voor hordelopen moet je snel zijn. In feite is hordelopen gewoon sprinten, maar dan met wat obstakels. Verder moet je niet bang zijn voor de horden, en voor de langere afstanden is tactisch inzicht belangrijk. Korte afstanden loop je een ‘driepas’ – dus drie passen, dan een horde, en dan weer drie passen. Je springt telkens met hetzelfde been. Maar op de drie- of vierhonderd meter kom je daar niet meer mee weg. Je moet dan goed en snel nadenken. Ik bleek dat allemaal te kunnen, dus dan loop je al snel bij een regionale trainer.”

Dat verklaart waarom je steeds beter geworden bent. Maar is hordelopen ook leuk?

“Ja. Ik vind het heel divers, omdat er zoveel bij komt kijken: techniek, de snelheid. Maar bottom line ben ik ook gemotiveerd omdat ik er goed in ben en ik winnen heel leuk vind. Je wilt gewoon de beste zijn. Je doet het voor het podium. Daardoor ben ik me ook steeds meer op die vierhonderd meter horden gaan focussen.”

Bianca Baak: ‘Ik train 18 uur per week naast een baan van 24 uur’

Kost dat veel tijd?

“Ik train 18 uur per week naast een baan van 24 uur als assistent-accountant. Mijn huidige werkgever geeft me alle ruimte om werk en sport met elkaar te combineren. In de zomer ben ik vrijwel ieder weekend in het buitenland en trainen doordeweeks maakt me minder inzetbaar. Zodra ik ging solliciteren, bleek dat veel bedrijven het heel interessant vinden om een topsporter aan boord te hebben, maar bleken ook veel van die bedrijven af te haken omdat het niet te realiseren is.”

Lees het hele interview met Bianca Baak op VU Magazine, het online alumnimagazine van:

Vrije Universiteit Amsterdam | Bianca Baak

Archeologen proeven wijn van ‘eigen bodem’

Archeologie-alumni kwamen 3 juni terug naar de VU voor een trip down memory lane en een blik op de toekomst: een groot project dat amateurverzamelingen veilig moet stellen voor de wetenschap. Bij de borrel proefden ze Amastuola, de wijn die tegenwoordig op hun vroegere veldwerkplek gemaakt wordt.

tekst René Rector, Sciencestories.nl

Het alumninetwerk voor archeologen is jong. Afgelopen najaar was er een kick-off, vrijdag 3 juni een follow up. De bescheiden, maar erg geïnteresseerde groep oud-studenten die er was, werd bijgepraat door hoogleraren Nico Roymans en Jan Paul Crielaard.

Jan Paul Crielaard verzorgde voor veel aanwezigen een trip down memory lane: een hele generatie studenten leerde veldwerk doen in l’Amastuola. De heuvel in de hak van de Italiaanse laars, op iets meer dan een steenworp afstand van de Apulische hoofdstad Tarente, werd in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw onderzocht door een Italiaanse archeologe. Die concludeerde dat l’Amastuola het bewijs was voor een invasieve kolonisatie van dit deel van Italië in de vijfde eeuw.

De VU-archeologen legden vanaf 2002 in tien jaar een veel groter deel van de heuvel bloot, zoals te zien was op vrijwel iedere plaat van de PowerPoint. Menigeen herkende zichzelf op de foto’s, of anders wel medestudenten. “Ons onderzoek laat een heel ander beeld zien,” becommentarieerde Crielaard. “We legden bijvoorbeeld een dubbele fortificatiemuur bloot die dateert van rond 670 voor Christus. Maar die was in de oorspronkelijke bouwstijl.” Crielaard vond het veel aannemelijker dat toen de Grieken voet aan land zetten in Apulië, de twee bevolkingsgroepen decennialang naast elkaar leefden.

 

Hoe anders l’Amastuola was ten opzichte van toen de VU er veldwerk deed, was voor de meeste alumni moeilijk voor te stellen. De flanken van de heuvel, tijdens de opgravingen en de surveys nog bezaaid met oude olijfbomen, zijn nu bezaaid met wijnranken.

Amastuola: wijn in de avondzon

Voor de gelegenheid hadden de archeologen een aardige voorraad flessen laten overkomen. Vanwege het goede weer was de borrel, aanvankelijk op de zesde verdieping gepland, verplaatst naar het dakterras boven de bestuursvleugel. De alumni volgden in ganzenpas de wijn, via de begane grond en een grindtegeltrapje, tot de flessen Amastuola in de avondzon ontkurkt werd.

De hak van de laars bleek een friszoete, erg fruitige rode wijn voort te brengen. Die deed het uitstekend deed bij het ophalen van herinneringen, praten over metaaldetectors of de vraag waarom archeologen, bekwaam in het vinden van oude schatten, hun eigen alumni lange tijd uit het oog verloren waren. “We willen contact met onze alumni. Maar met een adressenbestand vol niet meer bestaande worldonline- en Wanadoo-e-mailadressen is dat best lastig. Vind die mensen maar eens terug. Het moet echt groeien”, aldus universitair docent Sjoerd Kluiving en onderzoeker Maurice de Kleijn, organisatoren van deze alumni-bijeenkomst.

Lees het hele verhaal in VU Magazine van:

Vrije Universiteit Amsterdam | wijn

Kijken naar rimpelingen in de ruimte (zwaartekrachtgolven)

Speciaal omdat in maart dit jaar de zwaartekrachtgolven voor het eerst met dit instrument zijn waargenomen, een ‘verhaal uit de oude doos’, waarin onderzoeker Jo van den Brand in 2006 (!) uitlegt hoe mooi Virgo in de Toscane moet gaan worden.

Wie naar de hemel kijkt, ziet het verleden: het licht van veel sterren bereikt ons pas na miljarden jaren. Terugkijken tot de oerknal moet dan ook kunnen, zou je denken. De praktijk blijkt weerbarstig, maar met een nieuw soort telescoop gaat het wellicht lukken.

tekst René Rector, Sciencestories.nl

Het onderzoeksinstituut Virgo, even onder Pisa, heeft wel iets weg van de Chinese muur. Stukken kleiner, maar toch indrukwekkend. Twee haaks op elkaar staande armen, drie kilometer per stuk, moeten vanaf volgend jaar de kennis over het heelal spectaculair gaan vergroten. Virgo is een telescoop, maar niet zomaar een. Hij is speciaal ontworpen om een soort golven te meten dat tot nu toe alleen maar indirect werd waargenomen: zwaartekrachtgolven. “Het opent een compleet nieuw terrein in de astronomie”, stelt prof. dr. Jo van den Brand, die namens de VU bij Virgo betrokken is. “Je moet je voorstellen dat we van het meeste dat zich in de ruimte bevindt, nog niets weten. We weten alleen iets van hemellichamen die elektromagnetische straling, zoals licht of radiogolven, uitzenden. Dat is naar schatting in maar één procent van de materie het geval. Van de rest weten we alleen indirect dat het er moet zijn.”

Voor Van den Brand is de speurtocht naar die onzichtbare donkere materie interessant. Wie een telescoop richt op het zwerk, kijkt in het verleden. Hoe verder weg je kijkt, hoe langer het licht dat je ziet erover heeft gedaan om de aarde te bereiken. Zo zien we de zon zoals hij acht minuten geleden was, de eerstvolgende ster zoals hij er in 2002 bij stond enzovoort. “In theorie moet je zo ver kunnen kijken als het heelal oud is: 13,7 miljard jaar. Alleen zijn licht en radiogolven van zo oud compleet verstoord.” Met glimoogjes voegt Van den Brand toe: “Met Virgo kun je nog verder in het verleden kijken. We kunnen zo misschien eindelijk zien wat er kort na de oerknal is gebeurd met het heelal.”

Zwaartekrachtgolven

Voor een telescoop is Virgo een raar ding. Niets richt een schotel naar omhoog. Niets wijst op een astronomische functie. Het doel van Virgo is om heel nauwkeurig de afstand tussen twee punten te meten. Zwaartekrachtgolven doen die afstand namelijk variëren (zie “Alles trilt, alles wankelt”). Je hoeft daarvoor niet omhoog te turen: de afstand op aarde zelf vibreert. “Nu is het nogal lastig om afstand zo nauwkeurig te meten”, stelt Van den Brand. “Daarom meten we twee afstanden die we met elkaar vergelijken. Verandert de ruimte in de ene richting wel, en in de andere niet, dan kun je het afstandsverschíl meten.”

Voor het meten gebruiken Virgo-technici lasers en kwalitatief hoogwaardige spiegels. Het principe daarvan is eenvoudig, maar de uitvoering is een hachelijke zaak, omdat de metingen onwaarschijnlijk nauwkeurig moeten zijn. “Als er een vliegtuig overvliegt, dan zien we dat terug in onze resultaten. De verschillen in afstand zijn zo klein, dat de apparatuur tot op de nanometer nauwkeurig moet zijn. Daarom is de VU ook betrokken geraakt, als enige Nederlandse universiteit”, vertelt Van den Brand trots. “Wij hebben veel ervaring met zulke gevoelige apparatuur. Van oorsprong was Virgo een Frans-Italiaans samenwerkingsproject.” De eerste daadwerkelijke, maar nog grove metingen vinden deze winter plaats. Pas in 2008 is het instrument zover af, dat het de gewenste nauwkeurigheid heeft.

Alles trilt, alles wankelt

Een meter is een meter. Dat weet het kleinste kind. Zou je kunnen terugstappen in de negen- tiende eeuw, dan zou natuurkunde inderdaad zo eenvoudig zijn. Maar het bleek te kort door de bocht. Afmetingen in de ruimte worden namelijk verstoord door hemellichamen: sterren, zwarte gaten, melkwegstelsels, enzovoort. Door die hemellichamen trekt de ruimte krom, en u kunt daardoor met recht uw ogen niet ge- loven als u wilt vaststellen waar aan de hemel- bol sterren exact staan.

Einstein berekende begin twintigste eeuw dat de ruimte namelijk helemaal niet zo vormvast was als iedereen dacht. Recht is niet altijd recht; volgens Einstein is het krom. Dat moet u zich als volgt voorstellen: u neemt een laken, en u legt dat in het gras. Dat laken is dan een volledig plat vlak – voor het gemak letten we niet al te goed op kleine oneffenheden. Vervolgens legt u in het midden van het laken een sinaasappel. Er ontstaat dan een kuil in het laken. Het platte vlak is daar door de massa van de sinaasappel automatisch gekromd.

Dit verhaal verscheen in 2006 in Gewoon bijzonder, corporate magazine van:

Vrije Universiteit Amsterdam | zwaartekrachtgolven

Alumnidag Rechtsgeleerdheid in teken van verandering

Het VU-Hoofdgebouw is bijna onherkenbaar als je er na jaren weer terugkomt. En de workshops van de alumnidag van de faculteit Rechtsgeleerdheid gaan over thema’s waarbinnen de samenleving of de regelgeving flink verandert. Piet Hein Donner gooit olie op het vuur: ‘De universiteit waar ik gestudeerd heb… is die er nog wel?’

tekst René Rector, Sciencestories.nl

Onwillekeurig keert het gedurende de hele alumnidag terug: de lift die niet meer op alle verdiepingen stopt zoals vroeger, het zo vertrouwde VU-grijs van het hoofdgebouw, dat net als de bruine vloertegels inmiddels zoveel mogelijk weggestopt is, zalen met raadselachtige namen als ‘Agora 4’ (op de derde verdieping).

Donner op dreef

“De grote 00-collegezaal is nog hetzelfde hoor,” stelt alumnidecaan Sjoerd Zijlstra de 135 aanwezige oud-studenten gerust. Maar Piet Hein Donner, die de dag van een inleidende lezing voorziet, gooit juist wat olie op het vuur. Donner, het bekendst als oud-minister, maar ook VU-alumnus bij Rechtsgeleerdheid en momenteel vice-president van de Raad van State: “We gaan ervan uit dat het altijd maar dezelfde universiteit is. Maar de universiteit waar ik gestudeerd heb… is die er nog wel? Zeno zei al: ‘Je kunt niet twee keer in dezelfde rivier stappen.’”

‘De basis onder het wetboek vertoont scheuren’

Donner doelt aan het begin van zijn lezing Waar is de universiteit gebleven? nog op de al maar veranderende universiteit als instituut, en pareert Zeno daarbij door fijntjes op te merken dat de Griekse wijsgeer alleen gelijk heeft als je een rivier beschouwt als het water dat erdoorheen stroomde. “Maar een rivier wordt juist gekarakteriseerd door zijn oevers, bij de universiteit bestaande uit gemeenschappelijke waarden.” Hij ontspint in de voor hem zo kenmerkende afgepaste en precieze vocabulaire een betoog waarin hij de gemeenschappelijke waarden binnen de Nederlandse rechtsstaat compleet problematiseert.

Verder lezen? De gehele tekst van het verslag is te lezen in VU Magazine, het alumnimagazine van de:

Vrije Universiteit Amsterdam

‘Op de VU heb ik geleerd het grote plaatje te zien’

De Vrije Universiteit houdt graag contact met haar alumni. Op de alumnisite is in de vorm van een reeks treffende portretten te lezen waar hun alumni zoal terechtkomen. Alumnus IT audit Jatin Sehgal kijkt vanuit zijn kantoor uit… over de VU.

Het gebouw van Ernst&Young binnenkomen blijkt door wat al te ijverige beveiligingspoortjes een hele opgaaf. Eenmaal binnen ontmoet ik Jatin Sehgal. Zijn agenda is ‘loaded’, maar een uurtje vrijmaken voor de VU doet hij graag. En vol vuur: zijn ogen glimmen wanneer hij praat over ISO27001, softwarebeveiliging als groeikans en dat ene woordje, waar alles om draait: vertrouwen.

tekst René Rector, Sciencestories.nl

92 mensen op LinkedIn zeggen dat je expert bent op het gebied van ISO27001. Wat is dat? “We gebruiken internet inmiddels voor alles. We zetten er heel veel privacygevoelige gegevens op, we bankieren er, kopen er dingen. En dat doen we allemaal met het volste vertrouwen dat onze gegevens niet zomaar op straat liggen of onze bankrekening ineens leeg is. Om dat voor elkaar te krijgen, moeten bedrijven en banken veel moeite doen. ISO270001 is een norm, die voorschrijft aan welke criteria je moet voldoen om dat netjes voor elkaar te krijgen. Het Ernst&Young CertifyPoint, waar ik hoofd van ben, is een instantie die bedrijven doormeet of ze hun zaakjes op het gebied van IT-veiligheid wel op orde hebben. Als dat zo is, certificeren we ze met ISO270001.”

En wat doet jouw afdeling als het niet goed zit met de IT-veiligheid? “Dan helpen we ze dingen te verbeteren. De meeste bedrijven vinden IT-veiligheid in eerste instantie maar lastig: weer iets wat je moet regelen, en het CertifyPoint komt je ook nog eens vertellen waar je zwakke plekken zitten. Maar als je op die manier naar IT-veiligheid kijkt, blijft het saai: een risico waar je alleen maar last van hebt als het fout zit, en waar je op z’n best geen last van hebt. Maar mijn werk is sexy… spannend!”

Wat is er dan zo sexy aan jouw werk? “Wij proberen onze klanten te laten inzien dat security vooral een kans is. Natuurlijk moet je eerst je zwakke plekken en de lekken dichten. Maar daarna is het een hevel in je marketing. Vertel dat het bij jullie wel snor zit. Omdat je niet voortdurend aan het brandjes blussen bent, kun je je diensten gaan uitbreiden en is je IT-veiligheid een groeifactor. Weet je, heel veel mensen zijn klant bij bedrijven als Apple of Google omdat ze erop vertrouwen dat die geen al te gekke dingen doen met hun informatie. IT-veiligheid is vertrouwen. De meeste mensen hebben gewoon te weinig verstand van IT om zelf te beoordelen of een bedrijf bonafide is. Dus ze vertrouwen, bij gebrek aan iets anders.”

Lees het hele verhaal op de alumnisite van:

Vrije Universiteit Amsterdam

 

‘I could choose between Amsterdam or Chicago. That was not really a difficult decision’

De Vrije Universiteit houdt graag contact met haar alumni. Op de alumnisite is in de vorm van een reeks treffende portretten te lezen waar hun alumni zoal terechtkomen. Alumnus Archeologie Andrea Travaglia kwam van Australië, maar blijft voorlopig in Amsterdam.

If you rise above the crowd, you get noticed. With that credo, Andrea Travaglia got a job immediately after college, working as a guest researcher at UvA on a project that uses an innovative format of education and training for archaeological and natural heritage. Not in Italy, where her roots lie, or Adelaide, where she was born, but in Amsterdam.

text René Rector, Sciencestories.nl

Cultural preservation and natural preservation… Help me with the link to archaeology. ‘Yes, archaeology makes people immediately think about pot shards and excavations and those kinds of things. But for me, the difference from cultural anthropology is not that great. To start with: without cultural reproduction, we as archaeologists would have very little to dig up. What is excavated can either be salvaged or left on the spot and preserved for future generations. While you are looking at remnants of what people once used or made, you want to get an insight into how people once lived and how that compares with how we live today, and what that means for how we might live tomorrow. If you want to understand something about people of the past, that can be made possible by also getting to know the landscape in which they lived. Protecting cultural landscapes, including both cultural and natural resources, is just as important. In this project, we try to look for ways in which they can reinforce each other.’

What is the project exactly about then? ‘It is a European project that we are only just starting to do the groundwork for.. The project’s objectives involve improving
skills for green jobs and eventually create green work places for people from archaeological and natural heritage sectors. Understanding the environmental impact of archaeological heritage and significance of natural heritage for regulations and practices in the domain of archaeological heritage is to be mainstreamed into education and vocational training systems. You see, in the Netherlands, people don’t have many opportunities to participate in community archaeology projects as compared with the UK or Australia. It seems that nature hobbyists, metal detectorists and amateur archaeologists are interested people wanting to engage in their environment and be part of a community, and it might be good to involve those people in projects along with other experts.

You got this job very quickly after college – officially, you have not yet graduated. Were you lucky? ‘The ceremony is not until next month, but I am completely finished. My thesis advisor let me know about this project. I always worked hard at Vrije Universiteit and perhaps that is why I got noticed. think it is important to do my best. For example, I always actively participated in tutorial discussions. That brings you into more contact with people, and more quickly. I never worried about my career. I started doing what I found interesting, and that was archaeology.But I never wondered what I wanted to become with it later. “The jobs that you can get from studying might not even exist yet”, a high school teacher once told me. It stuck with me. So of course when Heleen van Londen (Andrea’s thesis advisor, ed.) asked me if I would like to collaborate on a project, I jumped at the chance…

Benieuwd naar het hele verhaal? Lees dat op de alumnisite van:

Vrije Universiteit Amsterdam

‘Het ging me als kind al om de publieke zaak’

De Vrije Universiteit houdt graag contact met haar alumni. Op de alumnisite is in de vorm van een reeks treffende portretten te lezen waar hun alumni zoal terechtkomen. Alumnus Publiek recht en Bestuurskunde Hugo von Meijenfeldt kwam terecht… in San Francisco.

Even is hij over uit San Francisco, maar de tijd die Hugo von Meijenfeldt op Nederlandse bodem doorbrengt, is schaars geworden. Niet dat hij Nederland een minder warm hart toedraagt dan vroeger. Dat kan ook niet als consul generaal. ‘Ik ben er niet voor de Amerikanen, al denken ze dat soms wel.’

tekst René Rector, Sciencestories.nl

Een consul-generaal, wat doe die precies? “Ik ben een diplomaat, maar geen ambassadeur. Een consul-generaal doet geen politieke zaken, maar behartigt de belangen van Nederland. Als het land groot en belangrijk is, zijn er vaak meerdere consulaten. Als consul-generaal coördineer ik alle honorair consuls aan de Amerikaanse westkust.
Voor een deel moet je dan denken aan het afgeven van paspoorten aan Nederlanders en visa aan buitenlanders in mijn regio, maar dat soort dingen kost me tien procent van mijn tijd. Voor negentig procent ben ik economische belangen aan het behartigen en probeer ik op die manier de welvaart en welzijn in Nederland te vergroten.”

Wat moet ik me daarbij voorstellen? “Ik spreek mijn netwerk aan, op zoek naar kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven. Een voorbeeld: mijn voorganger hoorde dat Tesla in Europa een nieuw distributiecentrum wilde bouwen. Nederland is daar uitstekend geschikt voor, om allerlei redenen: we liggen mooi centraal, we spreken goed Engels, ons belastingstelsel pakt meestal gunstig uit. Als consul ga je dan praten met Elon Musk (de ceo van Tesla, red.) maar je gaat ook praten met Nederlandse overheden, want Musk had er wel oren naar, maar werd wat ontmoedigd door regeltjes en vergunningen. Je brengt mensen met elkaar in gesprek om het voor Nederland voor elkaar te krijgen. Ik ben er niet voor de Amerikanen, al denken ze dat soms wel.”

Is het leuk werk? “Het is superspannend omdat je nooit weet of het lukt, en ontzettend leuk dat je Nederland zo kunt positioneren. Dat past ook goed bij me. Ik ben ervan overtuigd dat als je dingen beter wilt maken voor de mens, je moet werken vanuit het publiek belang. Dat heb ik ook altijd gedaan. Ik ben mijn carrière begonnen bij VROM, en in die tijd hadden bedrijven alleen maar oog voor de kwartaalwinstcijfers, niet voor het milieu. Ik had wel oog voor het milieu: ik was daar als jurist nieuw, en ik ben begonnen met procederen tegen vervuilers, wat toen nieuw was. En óók spannend, want we moesten in de rechtszaal hard maken dat bedrijven die gif gedumpt hadden en de grond later hadden verpatst voor woningbouw, konden weten dat de latere bewoners daar ziek van zouden worden.”

Lees het hele verhaal op de alumnisite van:

Vrije Universiteit Amsterdam

‘Hij pikt veel, dat is waar’

Vakmanschap is meesterschap. Maar hoe leer je fatsoenlijk gaatjes boren, kronen plaatsen en kiezen trekken zonder een spoor van vernielingen achter te laten bij patiënten? Bij tandheelkunde hebben ze daar iets op gevonden: de fantoompop. In het derde jaar leren studenten ermee bruggen bouwen.

tekst René Rector

Het practicum van vandaag heet ‘Kronen en bruggen’, en het vormt het sluitstuk van de bachelorfase. Het is druk in de practicumruimte, want de afsluitende toets is morgen en vanmiddag is dus de laatste mogelijkheid om de technieken nog verder in de vingers te krijgen. Iedere student heeft daartoe de beschikking over een eindeloos makkelijke patiënt: een pop die naar believen de meest vreselijke aandoeningen in de mond gelegd kan krijgen. De poppen hebben een bescheiden romp, erg beweeglijke latexwangen en een boven- en onderkaak, waar je het gebit voor het gemak ook in zijn geheel uit kunt nemen. Uit het achterhoofd komt een tuinslang. Die blijkt voor de afvoer van koelwater: boren gaat hier ‘voor het eggie’.

Oefenen op de fantomen heeft voordelen: het ziet er realistischer uit dan op een los gebitje en de tandartsen in spe wennen ook vast wat aan de houding, waarin ze later met echte patiënten aan het werk moeten. “Je merkt dan pas goed wat voor rare dingen je eigenlijk doet. Soms betrap ik mezelf erop dat ik al een hele tijd met mijn elleboog op zijn borst leun. Dat kan natuurlijk niet”, merkt een student op. “Maar hij pikt veel, dat is waar.”

Santusha is nog niet toe aan haar toets, maar oefent wel voor het huzarenstuk: de brug. Die plaats je wanneer iemand een kies mist, maar de naastliggende kiezen nog lekker stevig zijn. Santusha heeft bij haar fantoom de wortel van de ontbrekende kies vervangen door een stukje kneedgum. Het principe van de brug is eenvoudig: slijp beide naastliggende kiezen een beetje af, maak voor elke kies een passend dopje dat er als een kies uitziet en bevestig een nepkies tussen de dopjes. Is dat moeilijk? “Nou, je moet convergeren”, begint Santusha. “Dat wil zeggen dat je de elementen zo moet afslijpen dat ze naar het uiteinde toe een beetje taps toelopen. Anders past de brug er straks niet mooi op. En dan mag je ook niet te veel afslijpen, want dan beschadig je het oorspronkelijke materiaal. Voor metaal moet je een millimeter afslijpen, voor porselein anderhalve millimeter…”

Net topsport

Zo gaat het nog even door met een waslijst aan vereisten. Eenvoudiger is het antwoord op de vraag of het een beetje wil lukken met de brug in kwestie. “Nee. Dit is niet meer te redden. Ik heb er bij het voorste element te veel afgeslepen.” Santusha houdt een naald in de mond van het altijd willige proefkonijn en wijst op een markering op de naald. “Zie je, da’s meer dan anderhalf.”

Even verderop is collega Roelf-Jan bezig aan een kroon. Voor wie nog een gaaf gebit heeft: een kroon krijgt u wanneer uw kies echt niet meer met vullen te redden is. De tandarts slijpt hem dan een stukje af en er komt een porseleinen kapje op. Roelf-Jan bestudeert zijn werk, en zijn peinzende blik zegt genoeg. Hij heeft het occlusale vlak te ver afgeslepen. En ook de bevel is niet optimaal, verzekert hij me. Ik knik vol begrip, vurig wensend dat mijn eigen occlusale vlakken en bevels, wat dat ook mogen zijn, nooit geslepen hoeven te worden. “Het luistert gewoon heel nauw”, relativeert Roelf-Jan zijn zelfkritiek. “Tandartsen zijn bezig op de millimeter, dus het is al gauw niet perfect. Daarom is het maken van kronen en bruggen ook het moeilijkste vak.” Roelf-Jan vindt dat gepriegel helemaal goed: “Je kunt iets maken dat echt goed in elkaar steekt, maar daarvoor moet je veel oefenen. Je wordt nooit een goede tandarts als je gaatjes boren niet leuk vindt. Want dat is wat je meest van tijd staat te doen: boren en gaatjes vullen. Tandartsenwerk is echt een ambacht – dat is wat me erin aantrok.”

Voor de kwaliteitsbewaking is er docent Richard aan de Stegge. Kronen en bruggen maken is een kwestie van veel oefenen, en wie het idee heeft dat het gebit van zijn of haar fantoom wel een blik van de meester waardig is, klikt het gebit eruit en wandelt ermee naar Aan de Stegge. Rond zijn katheder staat een kringetje tandartsen-in-de-dop, en menig fantoomgebit gaat rond om elkaars werk te becommentariëren. Het kaakje dat nu de toets der kritiek moet doorstaan is ‘bijna goed’. De brug past prima, maar een van de aanpalende kiezen convergeert niet. “Dat werk ik nog bij”, besluit de eigenares van het werkstuk. Een ander gebit heeft een bijna perfecte brug. “Wat zal ik doen?”, vraagt de studente die het komt laten zien. “Nog een doen? Het kan nog net, voor de toets van morgen.” “Ach, tandartsenwerk is net topsport”, vindt Aan de Stegge.

Dit verhaal verscheen in Gewoon Bijzonder, magazine van

Vrije Universiteit Amsterdam

 

Reportage uit het laserlab: Het zuivere licht

Laser. Menigeen kent het van spelletjes en science fiction films. Ook iedere cd-speler heeft een laser aan boord. Maar je kunt er ook prachtig wetenschappelijk onderzoek mee doen.

door René Rector

De VU heeft het grootste laserlaboratorium van Nederland en het geniet ook internationale faam. Het ontstond begin jaren negentig, toen atoomfysica, fysische chemie en biofysica allemaal met wetenschappelijke puzzels zaten die je met laserlicht goed kon oplossen. Inmiddels komen onderzoekers uit de hele wereld naar Amsterdam om er onderzoek te doen en maakt het Laserlab deel uit van een groot Europees laseronderzoeksconsortium.

Laser is zo handig, omdat het in meerdere opzichten heel precies werkt. Laserpulsen kunnen heel kort zijn; laserlicht kan heel zuiver van kleur zijn. Dat maakt het een precisie-instrument voor wetenschappelijk onderzoek. Het lukte de VU met laser als een van de eerste universiteiten een Bose-Einsteincondensatie te realiseren: een heel koude toestand van stoffen die in 1926 al door Albert Einstein was voorspeld, maar die tot 1995 nog nooit door iemand was verkregen.

Behalve wetenschappelijk baanbrekend kan laseronderzoek ook nuttig zijn. Zo is het onmisbaar bij het maken van sommige medicijnen. Ytterbium is een chemisch element dat in verschillende varianten (isotopen) voorkomt. Hun chemische eigenschappen zijn vrijwel identiek, maar de isotopen reageren wel verschillend op laserlicht. Voor medische toepassingen is een heel zuiver poeder met ytterbium-176 nodig: alle andere isotopen zijn voor medisch gebruik schadelijk.

Door een gaswolkje ytterbium met heel zuiver laserlicht te beschijnen, raakt ytterbium-176 elektrisch geladen, terwijl met de andere isotopen niets gebeurt, omdat die op een net weer andere kleur licht reageren. Een metalen plaatje onder elektrische spanning trekt het geladen ytterbium-176 uit de gaswolk. Omdat isotopen chemisch gelijk zijn, is het bijna onmogelijk om ze op een andere manier dan met deze truc te scheiden.

VU-Het-zuivere-licht-spread1

Startschot en finishfoto

Marloes Groot gebruikt lasers om erachter te komen hoe eiwitten precies werken. Sommige eiwitten kunnen heel snel een chemische reactie uitvoeren, maar doen dat pas als er licht op valt. Planten bijvoorbeeld, hebben een lichtgevoelig eiwit dat helpt bij het in elkaar zetten van chlorofyl, de stof die ze gebruiken om lichtenergie om te zetten in chemische energie. Die reactie gaat te snel om te bestuderen: als in een plantencel de bouwstoffen en eiwitten dicht genoeg bij elkaar in de buurt zitten, klikken de verschillende onderdelen bijna vanzelf aan elkaar. Maar als je alle ingrediënten in het donker mengt, kun je met een laserflits de reactie zelf starten, en dan kun je er ook onderzoek naar doen.

Groot maakt daarom vooraf het benodigde mengsel, en stuurt daar met enkele femtoseconden pauze (enkele miljoensten van een miljoenste van een duizendste seconde) twee laserpulsen doorheen. De eerste, witte puls start de reactie. De tweede puls is gekleurd en ‘fotografeert’ wat de eerste puls gedaan heeft. De truc werkt zo precies, dat Groot afhankelijk van de kleur van de puls kan zien welke onderdelen van een eiwit meedoen aan de reactie en welke niet.

Het resultaat is elementaire kennis over hoe eiwitten hun werk doen. Zo blijkt uit het onderzoek dat de aanmaak van chlorofyl in tempo toeneemt als er meer licht is. Dat is handig: de plant steekt op die manier alleen maar energie in de aanmaak van chlorofyl als er ook daadwerkelijk licht is om het te kunnen gebruiken.

VU-Het-zuivere-licht-spread2Handen en voeten onder de loep

Elke cel bevat dna – de stof waarin al onze erfelijke eigenschappen liggen opgeslagen. Als een cel deelt, wordt eerst al die erfelijkheidsinformatie gekopieerd, zodat elke helft de volledige informatie mee kan krijgen. Het verdelen van het dna gebeurt met behulp van een miniatuurraamwerk in de cel, waarlangs de ene portie DNA naar de ene kant wordt getrokken, terwijl de andere de andere kant uit gaat. Niemand weet precies hoe dat trekken gebeurt, maar Erwin Peterman, Lukas Kapitein en Christoph Schmidt ontrafelen het proces stap voor stap met laserlicht, samen met celbiologen van de Rockefeller universiteit in New York.

Het is niet zomaar leuke kennis voor bij de borreltafel: chemokuren tegen kanker zijn meestal gebaseerd op het stoppen van celdeling. Kanker is namelijk ongecontroleerde celdeling, waardoor een tumor ontstaat. Chemokuren maken nu echter het miniatuurraamwerk in alle cellen stuk, terwijl het voor veel meer wordt gebruikt dan alleen celdeling. Vandaar dat patiënten er zoveel bijwerkingen van hebben. Peterman onderzoekt met lasers een medicijn dat veel gerichter op celdeling zou kunnen werken.

Bij celdeling speelt het eiwit eg5 een hoofdrol. Dit eiwit ziet eruit als een X, die met z’n handen en voeten de ‘steigerpijpjes’ van het raamwerk naar elkaar toe trekt, en is alleen betrokken bij celdeling. Peterman: “Als je eg5 kunt lamleggen, kun je een medicijn ontwikkelen dat echt alleen maar de celdeling uitschakelt, waardoor de groei van een tumor stopt.” De onderzoekers maken gebruik van verschillende kleuren laserlicht, en markeren raamwerk en eg5 met fluorescente kleurstoffen. Vervolgens filmen ze hoe en onder welke voorwaarden eg5 z’n werk doet. Een gewone microscoop schiet daarbij tekort, omdat de kleurstoffen licht van een heel zuivere kleur vereisen. Die zuiverheid bereik je alleen met laser.

Vierde alumnidag Rechtsgeleerdheid: ‘Zo voorbij!’

‘Met 140 deelnemers zitten we wel zo’n beetje aan de max van wat we kwijt kunnen,’ verklaarde alumnicoördinator Elske van Assenbergh. Vrijdag 23 januari organiseerde de faculteit Rechtsgeleerdheid voor de vierde keer haar (“uitverkochte”) alumnidag. Kers op de taart was deze maal het afscheidscollege van prof. mr. Jan de Bruin.

tekst René Rector, Sciencestories.nl

De hele middag al waren er bijspijker- en stoomcolleges over de meest uiteenlopende, maar natuurlijk wel rechtsgeleerde onderwerpen. Daar kwamen de overwegend seniore alumni met aandacht en genoegen naar luisteren. Zij complimenteerde de faculteit met het niveau van de colleges. Prof. mr. Willem Bouwens nam bijvoorbeeld in zijn college ‘Wet werk en zekerheid’ de veranderingen in het arbeidsrecht onder de loep, en legde de vinger op de zere plek.

Euthanasie

Juridisch gezien is ook euthanasie een fantastisch onderwerp. Mr. dr. Klaas Rozemond liet zien hoe het juridisch denken over het verkozen einde sinds de jaren tachtig meer en meer kantelt.

Tijdens de alumndag werd ook een geschiedschrijving van de faculteit rechtsgeleerdheid gepresenteerd. Prof. mr. Jan de Bruin, een van de auteurs ervan, besteedde zijn afscheidsrede aan de soms vermakelijke details die de oprichtingsperiode van de Vrije Universiteit soms rijk is.

Lees het hele verslag op de alumnisite van de Vrije Universiteit.

Vrije Universiteit Amsterdam