Tagarchief: UvA

De Universiteit van Amsterdam

Liesbeth Zegveld: ‘Juist in oorlogen kraakt het recht vaak in zijn voegen’

Hoogleraar War Reparations Liesbeth Zegveld onderzocht waarom het civiele recht oorlogsslachtoffers in de kou laat staan, terwijl in het strafrecht de impact van oorlogshandelingen op slachtoffers juist zwaarder weegt dan ooit.

tekst: René Rector, Sciencestories.nl

Liesbeth Zegveld staat bekend als een advocate van vurige pleidooien en spectaculaire rechtzaken. Zo was de Rawagede-zaak er één zonder precedent. Bij de dekolonisatieoorlog in Indonesië hadden Nederlandse militairen in het Javaanse dorp Rawagede, op zoek naar een vrijheidsstrijder, meer dan vierhonderd mannen geëxecuteerd. Nabestaanden eisten een schadevergoeding, de staat beriep zich op verjaring aangezien het bloedbad in 1947 had plaatsgevonden. De rechtbank veegde het verjaringsargument van tafel omdat wat daar gebeurde zo uitzonderlijk was.

Molukse treinkaping

In de zaak rond de Molukse treinkaping in 1977 nam Zegveld het op voor de nabestaanden van de kapers. Hier was sprake van executie geweest, betoogde ze, omdat toen de trein door mariniers bestormd werd na negentien dagen gijzeling, de kapers geen gewapende weerstand meer boden. Eerder dit jaar werd dat ook bevestigd door minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie.
Namens de nabestaanden van Srebrenica (1995) spande Zegveld een zaak tegen de Nederlandse staat aan. De Nederlandse blauwhelmen hadden de moslimmannen, die toevlucht hadden gezocht tot de compound, zonder pardon overgedragen aan de Serviërs. Ze kreeg gelijk, al zag het Openbaar Ministerie wel af van vervolging van de legerleiding.

War reparations

Moreel gezien trok Zegveld in deze drie zaken aan het langste eind. Maar soepel ging de schadeloosstelling van oorlogsslachtoffers of hun nabestaanden niet. Dat is vreemd, concludeerde Zegveld na bestudering van jurisprudentie en internationale verdragen. Als hoogleraar War reparations wil ze bestuderen of en zo ja hoe de rechtspositie van oorlogsslachtoffers fundamenteel anders kan.

Wat is er mis met de rechtspositie van oorlogsslachtoffers?

“Een probleem is, dat het vaak lang duurt voor er helderheid komt over oorlogshandelingen. De misstanden onder het Argentijnse regime, de dekolonisatieoorlog tussen Nederland en Indonesië, Srebrenica… vaak wordt pas decennia later in een “de-onderste-steen-moet-boven-komen’-onderzoek duidelijk wie er wat precies fout gedaan heeft. Ook lastig is, dat oorlogsmisdadigers, wetend wat hen boven het hoofd hangt, spoorloos kunnen verdwijnen.”

Om die reden verjaren oorlogsmisdrijven niet.

“Nee. Althans, niet onder het internationaal recht. Vandaar ook, dat de Nederlandse zakenman Frans van Anraat in 2007 kon worden veroordeeld. Hij had een wezenlijke bijdrage had geleverd aan de gifgasaanval op Halabja, een Koerdische stad in het Noorden van Irak. Die aanval was twintig jaar eerder. Maar toen de slachtoffers van die aanval de schade op hem wilden verhalen, bleek de zaak verjaard. Dat kwam omdat een vordering onder het civiele recht wèl verjaart. Het merkwaardige is, dat als je kijkt naar oorlogsmisdrijven, het belangrijkste argument om verjaring af te schaffen destijds was, dat de impact van oorlogsmisdrijven op slachtoffers zo groot was. Maar zodra die slachtoffers verhaal willen halen, krijgen ze de deksel op hun neus.”

Lees het interview in Spui, alumnimagazine van de:

UvA