Chinese borden – geldstromen in de wetenschap

Van het Rathenau Institituut verscheen het rapport ‘Chinese borden’ over geldstromen binnen de wetenschap. Van het rapport verzorgde ik de redactie.

redactie René Rector, Sciencestories.nl

‘Chinese borden – Financiële stromen en prioriteringsbeleid in het Nederlandse universitaire onderzoek’, samengesteld door Elizabeth Koier, Barend van der Meulen, Edwin Horlings en Rosalie Belder, brengt in kaart hoe universitair onderzoek gefinancierd wordt. Traditioneel wordt er in de wetenschappelijke wereld onderscheid gemaakt tussen directe financiering door OCW (eerste geldstroom), geoormerkte financiering, hoofdzakelijk via NWO verdeeld op basis van ingediende onderzoeksvoorstellen (tweede geldstroom), en financiering vanuit bedrijven (derde geldstroom). In dit rapport laten de onderzoekers zien dat die geldstromen eigenlijk allemaal vervuild zijn. Zo wordt het collegegeld dat studenten betalen tot de eerste geldstroom gerekend, maar sinds het opheffen van de studiefinanciering als gift is dat geld eigenlijk privaat geld.

De onderzoekers kom met een andere indeling, die de geldstromen beter inzichtelijk maakt: de geldstromen verdelen ze zowel onder in direct of competitief, en publiek of privaat, wordt duidelijk dat de directe publieke financiering (lumpsum geld dat rechtstreeks van OCW naar de universiteiten) absoluut gezien nog altijd het grootste aandeel inkomsten op de universitaire winst- en verliesrekening vormt, maar dat deze geldbuidel wel behoorlijk wordt leeggeschud omdat competitieve onderzoeksfinanciering vanuit NWO en de ERC in toenemende mate verstrekt wordt onder de voorwaarde dat universiteiten zelf ook geld bijleggen bij dat onderzoek (matching genoemd).

Het gevolg is dat het overgrote deel van het universitaire budget officieel vrij te besteden is, maar dat de perceptie van wetenschappers dat dit niet het geval is óók terecht is. Een aanzienlijk deel van dit vrij te besteden geld is indirect via matching toch geoormerkt. Het rapport haakt met deze analyse in op geluiden die al langer te horen zijn in de wetenschappelijke wereld: namelijk dat de overheid met ‘perverse prikkels’ te veel zou willen sturen.

Geldstromen en ‘perverse prikkels’

Barend van der Meulen legde de verantwoordelijkheid voor het verkeerd prikkelen – en daarmee ook de mogelijkheid om het systeem te veranderen – op het derde Science in Transition-symposium vooral bij de universiteiten zelf. “De overheid prikkelt nauwelijks,” aldus Van der Meulen. “Zelfs niet de zo vaak besproken ‘promotiebonus’ is geen bonus. Het is geen extra geld. Het aantal promoties is een van de parameters op basis waarvan een vaste som geld verdeeld wordt.”

De ‘promotiebonus’ onderstreept hoezeer de problemen die unversiteiten hebben met de grootte en richting van de geldstromen in de wetenschap, alleen maar op de werkvloer kan worden opgelost. Als álle universiteiten het aantal promovendi zou halveren, zouden ze allemaal nog precies evenveel ‘promotie’-geld krijgen en zouden hoogleraren weer tijd over hebben om een deel van het onderzoek zelf uit te voeren.

Chinese borden is te lezen als download op de website van:

Rathenau Instituut