Onderwerp voor je scriptie kiezen

Je weet nu globaal wat je wilt gaan doen. Nu nog even handjes schudden met je begeleider en dan kun je aan de slag. Maar intussen…

… ben je op aanraden van je verplichte begeleider iets aan het uitzoeken dat je nauwelijks interesseert.

… is je opzet al twee keer afgekeurd en is de afstudeerhandleiding, waarin je hoopte te vinden aan welke eisen je moest voldoen, toch vooral vaag.

… doe je opdrachtonderzoek en wil je veldbegeleider dat je z’n marketingplan schrijft, en en passant aanbevelingen doet voor verbeteringen in z’n productieproces.

… is je veldbegeleider de komende drie weken onbereikbaar.

… is je docent van het type ‘kun je niet ook meteen zus en zo meenemen in je onderzoek, en oja, ik heb hier nog drie interessante artikelen voor je’.

… blijf je maar lezen in de eindeloze stroom artikelen die Pubmed je blijft aanreiken.

Twee taken in deze fase gaan nogal eens mis.

Het eerste is het in lijn brengen van alle invloedrijke personen rond je scriptie. Hoe meer partijen iets over je scriptie te zeggen hebben, en hoe slechter het klikt met die partijen, hoe groter de kans op struikelen. Je kunt daar zelf soms, maar niet altijd, veel aan doen. Als je de vrije keuze hebt, kies je schoolbegeleider dan zorgvuldig. Niet de ‘grote naam’ is van belang. Stel jezelf eerder de vraag: ‘Kan ik met deze man of vrouw ook goed ruzie maken en overleven we die ruzie allebei?’ Leg je onderwerp in een vroeg stadium voor en kijk naar de reactie. Het minste dat je mag verwachten is interesse. Als dat al moeizaam gaat, probeer dan of je bij een andere begeleider terecht kunt (mits je onderwijsinstelling dat toestaat – en anders is een gezonde dosis assertiviteit een goed idee).

Opdrachtgevers

In het veld (als je een afstudeeropdracht doet) zijn er grofweg drie scenario’s. Het mooist is als de opdrachtgever snapt dat je een student bent die iets moet leren van dit onderzoek, en dat zijn verwachtingen in dat opzicht realistisch zijn. Zo’n opdrachtgever geeft in regel weinig problemen. Maar zeker als je onderzoek doet op een terrein dat niet het werkterrein van je opdrachtgever is (bijvoorbeeld: je rapporteert rechtstreeks aan de directeur van de uitgeverij, en je doe onderzoek naar randvoorwaarden voor de implementatie van bepaalde software voor het productieproces) dan gaat het vaak mis. Aan de ene kant kan het zijn dat je géén ondersteuning krijgt, omdat je opdrachtgever het onderwerp eigenlijk niet echt interessant vindt (dit komt nogal eens voor als de afstudeerplek provisorisch in elkaar getimmerd is om meer afstudeerplaatsen te creëren), of dat de opdrachtgever wil dat je àlles onderzoekt (“Hè hè, eindelijk iemand in huis met verstand van IT. Nou, daar gaan we mooi es even gebruik van maken.”) In het eerste geval ben je op jezelf aangewezen, in het tweede geval moet je je talent aanspreken om de verwachtingen netjes maar beslist te managen.

Discomfort

Maar met of zonder opdrachtgever… deze fase in je afstuderen kan enorm lastig zijn omdat hoe langer je erin verkeert, hoe minder comfortabel je je gaat voelen. Dat je scriptie nu aanvoelt als drijfzand dat nooit helder kan worden, is normaal: je weet heel veel nog niet, omdat dat nou net is wat je met je scriptie gaat doen: antwoord geven op vragen waarop niemand het antwoord weet. Het is een beetje als met backpacken: menigeen wordt er nerveus van als het onduidelijk blijft waar je vanavond kunt slapen. Dat ligt niet aan jou: veel studenten hebben moeite met dat discomfort.

Daar komt bij: er is geen onderwerp te bedenken of er is al veel over gepubliceerd. Dat betekent dat je aan de ene kant goed op zoek moet naar een interessante nieuwe insteek, maar aan de andere kant ook goed moet afbakenen.

Wat helpt, is een doordacht stappenplan maken, en uitgerekend in deze fase zijn docenten vaak wat terughoudend. Je problemen gaan over het proces, niet over de inhoud.

Mijn hulp hier bestaat dan ook vooral uit luisteren, brainstormen, vragen stellen, en heel veel structureren.

Theoretisch kader

Het tweede is het theoretisch kader. Het bepalen van je onderwerp betekent dat je veel gaat lezen over je onderwerp, waarbij je hoe verder je komt steeds beter bepaalt welk aspect jij wilt onderzoeken en wat je benaderingswijze gaat zijn. Je doet dat werk niet alleen maar ter oriëntatie: je moet in je scriptie ook laten zien wat er al bekend is over je onderwerp.

Dat lijkt makkelijker dan het is. Want wanneer stop je met lezen? Je kunt onmogelijk àlles lezen dat er al bekend is. Maar je wilt wel de belangrijkste en relevantste publicaties gelezen hebben.

Mijn hulp hier bestaat uit focussen, ordenen en organiseren.

Hiervoor: voorbereiding

Hierna: probleemstelling en onderzoeksvragen

Of ga direct naar: aanmelden

Dit stroomdiagram wijst je stap voor stap op de belangrijkste valkuilen bij het schrijven van een scriptie.
Dit stroomdiagram wijst je stap voor stap op de belangrijkste valkuilen bij het schrijven van een scriptie.

 

Sciencestories is er voor iedereen die een verhaal over wetenschap of studeren heeft. Een afstudeerscriptie, een persbericht of een prachtig onderzoek.