Categoriearchief: Sport

Rolstoelbasketbal: vernieuwing op wieltjes

Wetenschappers ontwikkelen een rolstoel die perfect is om mee te sporten. Hun onderzoek verlegt niet alleen de grens van wat we weten over de rolstoelsport. Het verandert ook de rolstoeltopsport zelf, al was dat voor het rolstoelbasketbal tijdens de afgelopen Paralympics in Rio te laat.

tekst: René Rector, Sciencestories.nl

Als je wilt sporten met een rolstoel, dan moet die aan andere eisen voldoen dan een rolstoel voor dagelijks gebruik. Bij een wedstrijd wil de sporter zo snel mogelijk of zo wendbaar mogelijk zijn. Voor een sport als basketbal wil je ook nog zo hoog mogelijk zijn, want dat vergroot de kans om te scoren. Wetenschappelijk onderzoek naar prestaties onder rolstoelsporters is schaars. ‘Er is wel onderzoek gedaan, maar dan ging het altijd om een testsituatie, waarbij de proefpersonen vaak volledig functioneerden’, vertelt Rienk van der Slikke van de TU Delft.

‘Dat gaat op twee manieren mis. Wie niet gewend is om in een rolstoel te rijden, gebruikt een rolstoel anders dan wie erop is aangewezen. Bovendien was het nog maar de vraag of die testsituatie een wedstrijdsituatie goednabootste.’ Annemarie de Witte van de Vrije Universiteit Amsterdam vult aan. ‘Daarom zijn we from scratch begonnen om bij rolstoelbasketbalteams op topniveau te meten hoe de spelers tijdens de wedstrijd bewegen. We kozen voor rolstoelbasketbal, omdat die sport relatief veel beoefend wordt.’

Niet eenduidig

Van der Slikke rustte de rolstoelen van de nationale teams van onder meer Nederland en Groot-Brittannië uit met sensoren. Die houden bij hoe snel een speler beweegt, hoeveel hij draait, hoeveel zijwaartse beweging er is. Gecombineerd met video-opnames construeerde hij de mobiliteit tijdens een wedstrijd. ‘Dat was nooit eerder gedaan en leverde echt nieuwe informatie op’, zegt Van der Slikke. ‘Zelfs coaches kregen weer nieuwe informatie.’

Een rolstoelbasketballer rijdt in een wedstrijd stukken van tot 12 meter, maar meestal zijn het korte sprintjes van een meter of drie. Voorts draaien ze veel. Uit het sensorenonderzoek bleek zonneklaar dat je geen eenduidige bewegingsrepertoire en frequentie voor rolstoelbasketballers kan beschrijven. ‘De doelgroep valt op twee manieren uiteen’, vertelt De Witte. ‘Het hangt erg af van je positie in het veld. Guards (verdedigers) en forwards (middenvelders) bewegen veel meer, terwijl de centers (aanvallers) veel meer stilstaan. Veel hangt ook af van je handicap. Rolstoelbasketbal wordt beoefend door mensen die een onderbeen missen, maar ook door mensen die een hoge dwarslaesie hebben. De bewegingsbeperking is niet bij iedereen even groot.’

Volgens Van der Slikke is dat precies de reden waarom er in eerdere onderzoeken steeds in een gecontroleerde testomgeving is gemeten. Al snel wordt het aantal variabelen dat van invloed kan zijn op de meting zo groot, dat de onderzoeker niet meer weet wat hij aan het meten is.

Anti-tipwieltje

Het bewegingsonderzoek leidde tot de ontwikkeling van een testcircuit waarin de meeste bewegingen zijn opgenomen die tijdens een wedstrijd ook voorkomen: een lange sprint, korte sprintjes, draaibewegingen, stukjes achteruit, enzovoort. Met instelbare rolstoelen keken De Witte en Van der Slikke welke variaties op het testcircuit echt prestatieverhogend werkten. ‘Een anti-tipwieltje, dat onmogelijk maakt dat je achterover kunt vallen, en schuin geplaatste wielen waren de veranderingen ten opzichte van een gewone rolstoel die al waren doorgevoerd voor wij begonnen. Wij gingen variëren met stoelhoogte, gewichtsverdeling en de positie van de wielen ten opzichte van het lichaam. We verwachten dat we, als het onderzoek is afgerond, rolstoelsporters goed kunnen adviseren hoe ze hun stoel het best kunnen laten maken, afhangend van hun wensen en mogelijkheden’, zegt Van der Slikke.

Rolstoelbasketbal en rompmobiliteit

Voor deze Paralympische Spelen in Rio is dat nog net iets te vroeg, wat niet wegneemt dat er vanuit rolstoelhockey en -tennis al met grote belangstelling naar de resultaten wordt gekeken. En op hoofdlijnen zijn de onderzoekers er ook wel uit. Aanvallers zetten het best de zitting hoog neer, terwijl voor wie veel af- stand maakt de balans essentieel lijkt. De ondersteuningswieltjes remmen de rolstoel op langere stukken te veel af. ‘Wat iemand wil, moet je combineren met wat iemand kan. Als iemand nog rompmobiliteit heeft, kan hij hoger zitten omdat hij dan tijdens het voortbewegen voorover kan buigen en die beweging om kan zetten in snelheid. Iemand met een hoge dwarslaesie zit met z’n bovenlichaam gefixeerd in zijn rolstoel. Die kán niet voorover buigen.’

Dit is een gedeelte van het verhaal. Het hele verhaal verscheen in september 2016 in:

eos maandblad over wetenschap

Bianca Baak: ‘Ik train een heel jaar om één week in topvorm te zijn’

Voor de meeste studenten begint hun loopbaan pas echt nadat ze zijn afgezwaaid. Maar voor Bianca Baak (24) was haar studie Business Administration aan de VU eerder een noodzakelijke stoorzender voor een carrière die al veel eerder begon: als snelste over tien horden. Deze zomer bracht ze het met een persoonlijk record tot de kwartfinales op het Europees Kampioenschap.

tekst: René Rector, Sciencestories

Je blinkt uit in de 400 meter horden. Hoe is dat zo gekomen?

“Ik had in de eerste klas van de middelbare school een huiswerkopdracht van mijn gymnastiekdocent: ik moest een training volgen bij een atletiekvereniging. Mijn vriendinnetje deed toen aan hordelopen, dus dat leek me wel leuk. In eerste instantie deed ik van alles, van sprint tot verspringen tot horden. Maar ik werd er al snel uitgepikt. Voor hordelopen moet je snel zijn. In feite is hordelopen gewoon sprinten, maar dan met wat obstakels. Verder moet je niet bang zijn voor de horden, en voor de langere afstanden is tactisch inzicht belangrijk. Korte afstanden loop je een ‘driepas’ – dus drie passen, dan een horde, en dan weer drie passen. Je springt telkens met hetzelfde been. Maar op de drie- of vierhonderd meter kom je daar niet meer mee weg. Je moet dan goed en snel nadenken. Ik bleek dat allemaal te kunnen, dus dan loop je al snel bij een regionale trainer.”

Dat verklaart waarom je steeds beter geworden bent. Maar is hordelopen ook leuk?

“Ja. Ik vind het heel divers, omdat er zoveel bij komt kijken: techniek, de snelheid. Maar bottom line ben ik ook gemotiveerd omdat ik er goed in ben en ik winnen heel leuk vind. Je wilt gewoon de beste zijn. Je doet het voor het podium. Daardoor ben ik me ook steeds meer op die vierhonderd meter horden gaan focussen.”

Bianca Baak: ‘Ik train 18 uur per week naast een baan van 24 uur’

Kost dat veel tijd?

“Ik train 18 uur per week naast een baan van 24 uur als assistent-accountant. Mijn huidige werkgever geeft me alle ruimte om werk en sport met elkaar te combineren. In de zomer ben ik vrijwel ieder weekend in het buitenland en trainen doordeweeks maakt me minder inzetbaar. Zodra ik ging solliciteren, bleek dat veel bedrijven het heel interessant vinden om een topsporter aan boord te hebben, maar bleken ook veel van die bedrijven af te haken omdat het niet te realiseren is.”

Lees het hele interview met Bianca Baak op VU Magazine, het online alumnimagazine van:

Vrije Universiteit Amsterdam | Bianca Baak