Categoriearchief: Rechten

Alumnidag Rechtsgeleerdheid in teken van verandering

Het VU-Hoofdgebouw is bijna onherkenbaar als je er na jaren weer terugkomt. En de workshops van de alumnidag van de faculteit Rechtsgeleerdheid gaan over thema’s waarbinnen de samenleving of de regelgeving flink verandert. Piet Hein Donner gooit olie op het vuur: ‘De universiteit waar ik gestudeerd heb… is die er nog wel?’

tekst René Rector, Sciencestories.nl

Onwillekeurig keert het gedurende de hele alumnidag terug: de lift die niet meer op alle verdiepingen stopt zoals vroeger, het zo vertrouwde VU-grijs van het hoofdgebouw, dat net als de bruine vloertegels inmiddels zoveel mogelijk weggestopt is, zalen met raadselachtige namen als ‘Agora 4’ (op de derde verdieping).

Donner op dreef

“De grote 00-collegezaal is nog hetzelfde hoor,” stelt alumnidecaan Sjoerd Zijlstra de 135 aanwezige oud-studenten gerust. Maar Piet Hein Donner, die de dag van een inleidende lezing voorziet, gooit juist wat olie op het vuur. Donner, het bekendst als oud-minister, maar ook VU-alumnus bij Rechtsgeleerdheid en momenteel vice-president van de Raad van State: “We gaan ervan uit dat het altijd maar dezelfde universiteit is. Maar de universiteit waar ik gestudeerd heb… is die er nog wel? Zeno zei al: ‘Je kunt niet twee keer in dezelfde rivier stappen.’”

‘De basis onder het wetboek vertoont scheuren’

Donner doelt aan het begin van zijn lezing Waar is de universiteit gebleven? nog op de al maar veranderende universiteit als instituut, en pareert Zeno daarbij door fijntjes op te merken dat de Griekse wijsgeer alleen gelijk heeft als je een rivier beschouwt als het water dat erdoorheen stroomde. “Maar een rivier wordt juist gekarakteriseerd door zijn oevers, bij de universiteit bestaande uit gemeenschappelijke waarden.” Hij ontspint in de voor hem zo kenmerkende afgepaste en precieze vocabulaire een betoog waarin hij de gemeenschappelijke waarden binnen de Nederlandse rechtsstaat compleet problematiseert.

Verder lezen? De gehele tekst van het verslag is te lezen in VU Magazine, het alumnimagazine van de:

Vrije Universiteit Amsterdam

Nog éénmaal de magie van Herman Bianchi

In het Friese Lollum gold 7 januari weer code rood, en op de begrafenis van Herman Bianchi, die daar op die dag plaatsvond, waren daarom vrijwel geen criminologen aanwezig. Vrijdag 19 februari kwamen ze alsnog, om aan de eerste hoogleraar criminologie van de Vrije Universiteit herinneringen op te halen en nog eenmaal geïnspireerd te raken door hun vroegere prof.

door René Rector, Sciencestories.nl

De naam Herman Bianchi is onlosmakelijk verbonden met wat we nu kennen als het herstelrecht: een vorm van strafrecht waarbij dader en slachtoffer samen op zoek gaan naar een passende oplossing. Voor Bianchi was gevangenisstraf zelden een goed idee, omdat dat in zijn visie het probleem niet oploste. Bovendien was er in de rechtspraak van zijn tijd helemaal geen plaats voor het slachtoffer, terwijl juist dat slachtoffer, en niet de Staat, toch het grootste probleem met de dader had.

Vrijplaatsen in plaats van gevangenissen

Bianchi was een criminologische abolitionist in hart en nieren: hij vond dat criminologen niet alleen misdaad en de berechting daarvan moesten bestuderen, maar had ook een eigen agenda voor hoe het rechtssysteem fundamenteel anders moest. Hij vond dat de overheid geen gevangenissen moest bouwen, maar ontmoetingscentra (‘vrijplaatsen’) waar betrokkenen bij een misdrijf met elkaar konden onderhandelen en praten over wat er zou moeten gebeuren om weer verder te kunnen met hun leven. Alleen voor de zwaarste, niet meer te rehabiliteren daders was gevangenisstraf op zijn plaats.

Hij vond dat de overheid geen gevangenissen moest bouwen, maar ontmoetingscentra

Bianchi was radicaal. Hij maakte in de jaren tachtig van de vorige eeuw een korte film over het gevangeniswezen, waarin hij een parallel trok tussen de naargeestige reeks etsen over kerkers van de achttiende-eeuwse graficus Giovanni Piranesi en de Bijlmerbajes. De film, die op de bijeenkomst als intermezzo werd vertoond, komt door de dik aangezette symboliek en donkere orgelmuziek na meer dan dertig jaar bijna over als parodie, maar Bianchi was destijds serieus: voor al te veel repressie vanuit de overheid had hij geen goed woord over, en van gevangenissen gruwelde hij.

Lees het hele verhaal over het symposium van Bianchi op de website van de:

Vrije Universiteit Amsterdam

Liesbeth Zegveld: ‘Juist in oorlogen kraakt het recht vaak in zijn voegen’

Hoogleraar War Reparations Liesbeth Zegveld onderzocht waarom het civiele recht oorlogsslachtoffers in de kou laat staan, terwijl in het strafrecht de impact van oorlogshandelingen op slachtoffers juist zwaarder weegt dan ooit.

tekst: René Rector, Sciencestories.nl

Liesbeth Zegveld staat bekend als een advocate van vurige pleidooien en spectaculaire rechtzaken. Zo was de Rawagede-zaak er één zonder precedent. Bij de dekolonisatieoorlog in Indonesië hadden Nederlandse militairen in het Javaanse dorp Rawagede, op zoek naar een vrijheidsstrijder, meer dan vierhonderd mannen geëxecuteerd. Nabestaanden eisten een schadevergoeding, de staat beriep zich op verjaring aangezien het bloedbad in 1947 had plaatsgevonden. De rechtbank veegde het verjaringsargument van tafel omdat wat daar gebeurde zo uitzonderlijk was.

Molukse treinkaping

In de zaak rond de Molukse treinkaping in 1977 nam Zegveld het op voor de nabestaanden van de kapers. Hier was sprake van executie geweest, betoogde ze, omdat toen de trein door mariniers bestormd werd na negentien dagen gijzeling, de kapers geen gewapende weerstand meer boden. Eerder dit jaar werd dat ook bevestigd door minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie.
Namens de nabestaanden van Srebrenica (1995) spande Zegveld een zaak tegen de Nederlandse staat aan. De Nederlandse blauwhelmen hadden de moslimmannen, die toevlucht hadden gezocht tot de compound, zonder pardon overgedragen aan de Serviërs. Ze kreeg gelijk, al zag het Openbaar Ministerie wel af van vervolging van de legerleiding.

War reparations

Moreel gezien trok Zegveld in deze drie zaken aan het langste eind. Maar soepel ging de schadeloosstelling van oorlogsslachtoffers of hun nabestaanden niet. Dat is vreemd, concludeerde Zegveld na bestudering van jurisprudentie en internationale verdragen. Als hoogleraar War reparations wil ze bestuderen of en zo ja hoe de rechtspositie van oorlogsslachtoffers fundamenteel anders kan.

Wat is er mis met de rechtspositie van oorlogsslachtoffers?

“Een probleem is, dat het vaak lang duurt voor er helderheid komt over oorlogshandelingen. De misstanden onder het Argentijnse regime, de dekolonisatieoorlog tussen Nederland en Indonesië, Srebrenica… vaak wordt pas decennia later in een “de-onderste-steen-moet-boven-komen’-onderzoek duidelijk wie er wat precies fout gedaan heeft. Ook lastig is, dat oorlogsmisdadigers, wetend wat hen boven het hoofd hangt, spoorloos kunnen verdwijnen.”

Om die reden verjaren oorlogsmisdrijven niet.

“Nee. Althans, niet onder het internationaal recht. Vandaar ook, dat de Nederlandse zakenman Frans van Anraat in 2007 kon worden veroordeeld. Hij had een wezenlijke bijdrage had geleverd aan de gifgasaanval op Halabja, een Koerdische stad in het Noorden van Irak. Die aanval was twintig jaar eerder. Maar toen de slachtoffers van die aanval de schade op hem wilden verhalen, bleek de zaak verjaard. Dat kwam omdat een vordering onder het civiele recht wèl verjaart. Het merkwaardige is, dat als je kijkt naar oorlogsmisdrijven, het belangrijkste argument om verjaring af te schaffen destijds was, dat de impact van oorlogsmisdrijven op slachtoffers zo groot was. Maar zodra die slachtoffers verhaal willen halen, krijgen ze de deksel op hun neus.”

Lees het interview in Spui, alumnimagazine van de:

UvA

‘Het ging me als kind al om de publieke zaak’

De Vrije Universiteit houdt graag contact met haar alumni. Op de alumnisite is in de vorm van een reeks treffende portretten te lezen waar hun alumni zoal terechtkomen. Alumnus Publiek recht en Bestuurskunde Hugo von Meijenfeldt kwam terecht… in San Francisco.

Even is hij over uit San Francisco, maar de tijd die Hugo von Meijenfeldt op Nederlandse bodem doorbrengt, is schaars geworden. Niet dat hij Nederland een minder warm hart toedraagt dan vroeger. Dat kan ook niet als consul generaal. ‘Ik ben er niet voor de Amerikanen, al denken ze dat soms wel.’

tekst René Rector, Sciencestories.nl

Een consul-generaal, wat doe die precies? “Ik ben een diplomaat, maar geen ambassadeur. Een consul-generaal doet geen politieke zaken, maar behartigt de belangen van Nederland. Als het land groot en belangrijk is, zijn er vaak meerdere consulaten. Als consul-generaal coördineer ik alle honorair consuls aan de Amerikaanse westkust.
Voor een deel moet je dan denken aan het afgeven van paspoorten aan Nederlanders en visa aan buitenlanders in mijn regio, maar dat soort dingen kost me tien procent van mijn tijd. Voor negentig procent ben ik economische belangen aan het behartigen en probeer ik op die manier de welvaart en welzijn in Nederland te vergroten.”

Wat moet ik me daarbij voorstellen? “Ik spreek mijn netwerk aan, op zoek naar kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven. Een voorbeeld: mijn voorganger hoorde dat Tesla in Europa een nieuw distributiecentrum wilde bouwen. Nederland is daar uitstekend geschikt voor, om allerlei redenen: we liggen mooi centraal, we spreken goed Engels, ons belastingstelsel pakt meestal gunstig uit. Als consul ga je dan praten met Elon Musk (de ceo van Tesla, red.) maar je gaat ook praten met Nederlandse overheden, want Musk had er wel oren naar, maar werd wat ontmoedigd door regeltjes en vergunningen. Je brengt mensen met elkaar in gesprek om het voor Nederland voor elkaar te krijgen. Ik ben er niet voor de Amerikanen, al denken ze dat soms wel.”

Is het leuk werk? “Het is superspannend omdat je nooit weet of het lukt, en ontzettend leuk dat je Nederland zo kunt positioneren. Dat past ook goed bij me. Ik ben ervan overtuigd dat als je dingen beter wilt maken voor de mens, je moet werken vanuit het publiek belang. Dat heb ik ook altijd gedaan. Ik ben mijn carrière begonnen bij VROM, en in die tijd hadden bedrijven alleen maar oog voor de kwartaalwinstcijfers, niet voor het milieu. Ik had wel oog voor het milieu: ik was daar als jurist nieuw, en ik ben begonnen met procederen tegen vervuilers, wat toen nieuw was. En óók spannend, want we moesten in de rechtszaal hard maken dat bedrijven die gif gedumpt hadden en de grond later hadden verpatst voor woningbouw, konden weten dat de latere bewoners daar ziek van zouden worden.”

Lees het hele verhaal op de alumnisite van:

Vrije Universiteit Amsterdam

Vierde alumnidag Rechtsgeleerdheid: ‘Zo voorbij!’

‘Met 140 deelnemers zitten we wel zo’n beetje aan de max van wat we kwijt kunnen,’ verklaarde alumnicoördinator Elske van Assenbergh. Vrijdag 23 januari organiseerde de faculteit Rechtsgeleerdheid voor de vierde keer haar (“uitverkochte”) alumnidag. Kers op de taart was deze maal het afscheidscollege van prof. mr. Jan de Bruin.

tekst René Rector, Sciencestories.nl

De hele middag al waren er bijspijker- en stoomcolleges over de meest uiteenlopende, maar natuurlijk wel rechtsgeleerde onderwerpen. Daar kwamen de overwegend seniore alumni met aandacht en genoegen naar luisteren. Zij complimenteerde de faculteit met het niveau van de colleges. Prof. mr. Willem Bouwens nam bijvoorbeeld in zijn college ‘Wet werk en zekerheid’ de veranderingen in het arbeidsrecht onder de loep, en legde de vinger op de zere plek.

Euthanasie

Juridisch gezien is ook euthanasie een fantastisch onderwerp. Mr. dr. Klaas Rozemond liet zien hoe het juridisch denken over het verkozen einde sinds de jaren tachtig meer en meer kantelt.

Tijdens de alumndag werd ook een geschiedschrijving van de faculteit rechtsgeleerdheid gepresenteerd. Prof. mr. Jan de Bruin, een van de auteurs ervan, besteedde zijn afscheidsrede aan de soms vermakelijke details die de oprichtingsperiode van de Vrije Universiteit soms rijk is.

Lees het hele verslag op de alumnisite van de Vrije Universiteit.

Vrije Universiteit Amsterdam