Categoriearchief: Maatschappij

LSH-FES: Diagnose, medicijnen, herstellen

‘Diagnose, medicijnen, herstellen’ doet verslag van de resultaten die zijn geboekt in de zes zogenoemde LSH-FES consortia: tEPIS, Cyttron II, NeuroBasic, Virgo, DCTI en NIRM. Science stories verzorgde de hoofd/eindredactie, en nam ook een aantal verhalen voor zijn rekening.

redactie René Rector, Sciencestories.nl

De activiteiten van deze consortia liepen van 2010 tot 2016 en werden gecofinancierd uit de zogenoemde aardgasbaten (FES staat voor het Fonds Economische Structuurversterking, waaruit tal van grote wetenschappelijke onderzoeksprogramma’s werden gefinancierd). De werkterreinen van deze onderzoeksconsortia waren zeer divers: image sharing of bestandsdeling, bioimaging, hersenziekten, virusinfecties, diabetes type 1 en regeneratieve geneeskunde. Hoewel uiteenlopend in focus, hebben de zes consortia als overeenkomst dat zij alle werkten aan de vaak zo moeilijke stap van fundamenteel onderzoek naar praktische toepassingen. Na zes jaar hard werken zijn de resultaten van deze samenwerkingsverbanden duidelijk zichtbaar – veel ontwikkelingen zijn direct inzetbaar voor patiënten, danwel kunnen worden gebruikt voor onderzoek dat heel dicht bij de patiënten staat.

Die positie van ‘fundamenteel, maar wel dicht bij iets waar patiënten iets aan hebben’ was een voorwaarde om in dit subsidieprogramma te kunnen deelnemen. Kruisbestuiving met het bedrijfsleven was een tweede. Topsector Life Sciences & Health heeft bovendien getracht de onderzoeksactiviteiten zo breed mogelijk te spreiden: van diagnose tot het ontwikkelen van medicijnen tot onderzoek naar het zelfherstellend vermogen van het lichaam. Naar die driedeling verwijst de titel ‘Diagnose, medicijnen, herstellen’.
LSH-FES Tepis cover NLLSH-FES Cyttron cover

Diagnose

Op het terrein van diagnostiek zijn binnen LSH-FES twee clusters van onderzoek die aanhaken op die gedachte: tEPIS en Cyttron II. Beide onderzoeksprogramma’s beogen middels technologische vernieuwing de diagnostiek te vereenvoudigen. tEPIS richt zich op infrastructuur voor diagnostiek van pathologie, Cyttron II op bioimagingtechnieken.

LSH-FES tEpis in vogelvlucht
Spread “tEpis in vogelvlucht”

Het boek is opgedeeld in zes delen, die ook elk afzonderlijk zijn gedrukt. De delen hebben elk een aantal karakteristieke kenmerken. De (inside) covers kregen een illustratie van Studio Parkers die het werk van de consortia symboliseert. Ook in elk deel present is de infographic, die kort en bondig enkele kernprincipes binnen het onderzoek toelicht.

LSH-FES NeuroBasic cover NLLSH-FES Virgo cover NL

Medicijnen

Een stap verder in het behandelproces stuiten artsen bij patiënten met verschillende aandoeningen op de afwezigheid van een goede remedie. NeuroBasic PharmaPhenomics bouwde binnen LSH-FES voort op de kennis die in de voorloper van het onderzoeksprogramma, NeuroBasic MousePhenomics, was opgedaan. In MousePhenomics dachten onderzoekers een methode uit om medicijnen tegen tal van hersenziekten überhaupt te kunnen testen in modellen – iets dat tot nu toe nauwelijks mogelijk was.

LSH-FES NeuroBasic Spread Schizofrenie behandelen begint bij begrip
Spread “Schizofrenie behandelen begint bij begrip”

In PharmaPhenomics zet het consortium een stap verder, waardoor verschillende veelbelovende medicijnen tegen tal van hersenziekten nu klinisch getest kunnen worden. Onderzoeksconsortium Virgo had binnen LSH-FES als doel de geheimen van het immuunsysteem verder te ontrafelen, om er zo achter te komen wat er in detail gebeurt bij een virusinfectie en er adequate interventiestrategieën en vaccins tegen te ontwikkelen.

LSH-FES NeuroBasic Spread Ingenieuze apparatuur maakt hersenonderzoek makkelijker
Spread “Ingenieuze apparatuur maakt hersenonderzoek makkelijker”

In het deel van Neurobasic is goed te zien wat fotografie kan doen voor het overbrengen van een verhaal. Vooral de fotografie van Michel Mees bij het verhaal over de speurtocht naar een werkend medicijn tegen schizofrenie heeft in zichzelf een wow-factor, maar ook de beeldreportage over nieuwe testmethoden is een typisch geval van het spreekwoordelijke ‘een beeld zegt meer dan duizend woorden’.

LSH-FES Nirm cover NLLSH-FES DCTI cover NL

Herstel

Er zijn ook aandoeningen waarvan we weten dat het ontwikkelen van een goede therapie op de conventionele manier een hachelijke onderneming blijft. Hier past een heel nieuwe manier van geneeskunst. Het Diabetes Cell Therapy Initiative (DCTI) en het Netherlands Institute for Regenerative Medicine (NIRM) zochten binnen LSH-FES naar alternatieve therapieën voor bestaande aandoeningen. Patiënten met diabetes type 1 zijn aangewezen op het spuiten van insuline. Door te proberen alvleeskliertransplantatie en het kweken en transplanteren van de eilandjes van Langerhans te verbeteren wil DCTI de kwaliteit van leven van patiënten met diabetes type 1 verbeteren. Bij NIRM wordt onderzocht in hoeverre het buiten het lichaam opkweken van lichaamseigen celmateriaal een oplossing kan zijn als het lichaam zelf niet meer herstelt.

LSH-FES Nirm Spread Hart geeft nog niet alle geheimen prijs
Spread “Hart geeft nog niet alle geheimen prijs”

De meeste consortia hebben, net als bij vrijwel elk wetenschappelijk onderzoek, behalve met succes ook te maken gehad met tegenslag. Wat aanvankelijk veelbelovend of zelfs makkelijk leek, mondde uit in een langdurige reeks probeersels, listen om lastige hobbels te nemen en inventieve vondsten die nieuw inzicht opleverden. Om die reden hebben de meeste delen een ‘procesverslag’ – een verslag in dagboekstijl dat zo’n zoektocht naar de goede oplossing goed weergeeft. Die procesverslagen wijken in vormgeving en stijl af en vallen daardoor extra op. Door op deze wijze inzichtelijk te maken hoe moeilijk wetenschappelijk onderzoek soms is, hebben we voorkomen dat de indruk gewekt wordt dat consortia alleen maar grensverleggende mijlpalen hebben geslagen.

LSH-FES cover ENLSH-FES

Behalve de Nederlandse uitgave ‘Diagnose, medicijnen, herstellen’ (ISBN 978-90-807981-4-4) is het boek ook integraal in het Engels vertaald en uitgebracht onder de naam ‘Diagnosis, medicines, recovery’ (ISBN 978-90-807981-5-1). Uitgever is in alle gevallen:

Nemo Kennislink | LSH-FES

 

Lees de Nederlandse uitgave hier:

Big science in Nederland

Wanneer is science Big Science? De commissie van Velzen adviseerde in 2008 toenmalig minister Ronald Plasterk over investeringen in grootschalige onderzoeksfaciliteiten, en het Rathenau Instituut zocht voor de commissie uit wanneer je iets groot kunt noemen.

Ik deed de eindredactie het onderzoeksrapport en schreef een artikel over de belangrijkste bevindingen in de Rathenau nieuwsbrief:

De vergeten grootheid van de Nederlandse wetenschap

Het Rathenau Instituut deed onderzoek naar Big Science: grootschalige, peperdure en technologisch hoogstaande onderzoeksfaciliteiten. Wat blijkt? De Nederlandse Big Science is ‘bigger’ dan gedacht.

tekst: René Rector, Sciencestories.nl

De nieuwe deeltjesversneller
bij CERN in Genève heeft een diameter van zevenentwintig kilometer en kostte zes miljard euro. Niet echt een bedrag dat een universiteit of onderzoeksinstelling in de achterzak heeft zitten. In
het CERN­project participeren daarom 580 wetenschappelijke instellingen uit twintig landen. Omdat alles er groot aan is, wordt dit soort wetenschap Big Science genoemd.

Nederland speelt graag een rol
in de Europese Big Science. De commissie­Van Velzen (zie kader) wilde daarom weten in welke faciliteiten Nederland het best zou kunnen participeren. Rathenau Instituut­onderzoekers Edwin Horlings en Anouschka Versleijen inventariseerden wat Nederland al aan Big Science in huis heeft. Edwin Horlings: “Gek genoeg was dit nooit eerder onderzocht. En dat uitzoeken lijkt gemakkelijker dan het was. Want behalve een overzicht ontbrak het namelijk ook aan criteria. Wanneer is iets groot? In de fundamentele deeltjesfysica is vijftien miljoen euro niet veel geld. Maar in de sociale wetenschappen is het een vermogen. En wie een groot laboratorium als maatstaf neemt, komt ook bedrogen uit: de gegevens van in Europees verband opgezet sociaal wetenschappelijk enquêteonderzoek staan vooral op internet.”

Horlings en Versleijen vergeleken de criteria voor grootschaligheid van de European Strategy Forum on Research Infrastructures met die van de Amerikaanse National Science Foundation. Daarna lichtten ze de Nederlandse onderzoeksfaciliteiten door en vergeleken
die resultaten met die van grootschalige faciliteiten in het buitenland. Ook legden ze hun bevindingen voor aan de wetenschappers zelf. Het resultaat is een betrouwbare lijst van 66 Nederlandse Big Science­faciliteiten. Gezamenlijk zijn ze 3,5 miljard euro waard.

Onverwacht sterk

Anouschka Versleijen: “Nederland scoort goed op fundamentele deeltjesfysica en astronomie. Dat hadden we ook verwacht: het zijn vakgebieden waarin Nederland van oudsher sterk is. Maar er waren meer sterke velden, en vaak onverwachte. Zo doet de medische sector, met bijvoorbeeld MRI­scanners of DNA­onderzoek, het goed. Deze onderzoeksfaciliteiten zijn vaak niet als compleet laboratorium neergezet, maar in de loop der jaren wel zodanig gegroeid dat ze nu absoluut het stempel ‘Big Science’ verdienen. Ze zijn in de Europese inventarisaties aan ieders aandacht ontsnapt.”

Nederland blijkt verrassend goed in ‘virtuele’ of ‘niet­zichtbare faciliteiten’. Dat zijn faciliteiten die niet op één plek staan, maar die verspreid zijn door het hele land en waarbij de gegevens worden uitgewisseld via computernetwerken. De virtuele faciliteit bestaat niet uit het computernetwerk, maar uit de dataset met gegevens. Horlings: “Denk bijvoorbeeld aan ziekenhuisarchieven met biologisch materiaal. Of aan de databanken van bloedbank Sanquin en de Koninklijke Bibliotheek. Het archief van één lab of ziekenhuis is vaak te klein voor wetenschappelijk onderzoek. Maar als je archieven aan elkaar koppelt, kun je dat materiaal goed vergelijken.”

Uniek

Juist in dat koppelen blijkt Neder­ land uniek te zijn. Hoewel ze het niet uitgebreid onderzochten, denken de onderzoekers daar wel een verklaring voor te hebben. Versleijen: ”Nederland is een klein land. Dus is het relatief eenvoudig om een systeem met een landelijke dekking te bouwen. Bovendien past het ook in het polderdenken om administratiesystemen op elkaar af te stemmen.”

Volgens Versleijen worden ‘virtuele faciliteiten’ te vaak over het hoofd gezien: “Bij Big Science denk je al snel aan een groot gebouw op een locatie. En de traditionele criteria voor grootschaligheid houden ook geen rekening met virtuele grootheid, want internettechnologie is nog jong. Maar gedistribueerde en virtuele onderzoeksfaciliteiten zijn de laatste jaren in aantal en omvang veel sterker gegroeid dan traditionele Big Science labs. Horlings: “Je ziet die verschuiving in alle wetenschappen. Als we echt vooraan willen meelopen, is dit type faciliteiten in steeds meer gebieden onmisbaar.”

Voor meer informatie kunt contact opnemen met Edwin Horlings, 070­3421516

 Rathenau-Groot-in-2008-TNDe commissie-Van Velzen en Big Science

De commissie­Van Velzen adviseert minister Ronald Plasterk (OCW) over de belangrijkste richtingen voor investeringen in grootschalige onderzoeksfaciliteiten in de komende vijf tot tien jaar.

redactie: René Rector

Grootschalige faciliteiten maken grensverleggend onderzoek mogelijk. Voorbeelden zijn radiotelescopen, onderzoeksschepen, de CERN­deeltjesversneller, maar ook biologische collecties of medische biobanken. Een Nederlands voorbeeld is de 7­Tesla MRI­scanner, onderdeel van een consortium voor klinisch en cognitief hersenonderzoek van het LUMC, UMC Utrecht en het FC Donderscentrum in Nijmegen.

Het rapport ‘Groot in 2008: Momentopname van grootschalige onderzoeksfaciliteiten in de Nederlandse wetenschap’ vindt u op www.rathenau.nl. U kunt het opvragen via info@rathenau.nl

Rathenau Instituut

Nieuwe energie. Schaarste, klimaat, duurzaamheid

De Wiardi Beckmanstichting had breed onderzoek gedaan naar mogelijke beleidsmaatregelen op het gebied van klimaatverandering. Het onderzoeksrapport heb ik herschreven tot een handzame publicatie, die niet alleen door middel van interviews met partijleider Diederik Samson aangeeft welke koers de PvdA voorstaat, maar die ook een goed overzicht geeft van de wetenschappelijke kennis over klimaatverandering, alternatieve energiebronnen en de (politieke) dilemma’s die op dit gebied significant zijn.

redactie: René Rector, Sciencestories.nl

Ik heb het boek in twee duidelijk onderscheidbare delen opgeknipt: het eerste deel geeft aan hoe wetenschappers aankijken tegen klimaatverandering en welke oplossingsrichtingen er zijn. Het tweede deel geeft aan welke keuzes de Partij van de Arbeid maakt in die oplossingsrichtingen.

Van de achterflap:

Hoe ernstig zijn de belangrijkste energieproblemen (klimaatverandering, schaarste aan fossiele brandstoffen) eigenlijk? Hoe degelijk zijn de oplossingen die aangedragen plegen te worden? En hoeveel tijd heeft een samenleving nodig om zich op een andere energie- huishouding in te stellen? In ‘Nieuwe Energie’ geeft René Rector, geïnspireerd door discussies in en rond de werkgroep Sociaal-democratisch energiebeleid van de Wiardi Beckman Stichting, een antwoord op deze vragen.

Nieuwe energie. Schaarste, klimaat, duurzaamheid werd uitgegeven door:

Wiardi Beckman Stichting

Het ga je goed, lieve Evelien

Dierenarts Jaap de Boer hield een aangrijpend dagboek bij, toen hij als ‘Coördinator Team 9 levende ruimingen’ bij de vee-ruimingen ter bezwering van de mond- en klauwzeercrisis in 2001 bij de RVV aan het werk ging. Ik redigeerde, herschreef deels, steeds in goed overleg met Jaap. Het resultaat is een prachtig boek, uitgegeven door Strengholt, waarin Jaap distantie en emotie met elkaar vervlecht.

redactie: René Rector, Sciencestories.nl

Van de achterflap:

De Mond- en Klauwzeer-crisis heeft de gemoederen in Nederland maandenlang beziggehouden. In ieders geheugen staan ongetwijfeld de beelden gegrift van dode dieren, bungelend in de bek van een grijper. De emoties liepen hoog op en kwamen soms tot uitbarsting, zoals bijvoorbeeld gebeurde in Kootwijkerbroek waar de Mobiele Eenheid moest worden ingezet. Het ruimten van de dieren ging door, ondanks protesten uit het hele land tegen het non-vaccinatiebeleid.

Jaap de Boer is dierenarts in de Achterhoek en maakte het allemaal van zeer dichtbij mee. In de eerste weken van de crisis bezocht hij boeren om hun dieren in te enten; na een aantal weken ging hij als coördinator van de RVV met een compleet team op weg om stallen te ruimen en gezonde dieren te euthanaseren.

Zijn bevindingen tekende hij op in een dagboek om de aangrijpende emoties van zich af te schrijven en om de vreselijke gebeurtenissen vast te leggen voor later.

In Het ga je goed, lieve Evelien is te lezen hoe de emoties tijdens de MKZ-crisis soms niet meer in goede banen te leiden waren en wordt duidelijk dat de destructie van gezonde dieren maatschappelijk niet te verantwoorden is.

Het ga je goed, lieve Evelien werd uitgegeven door:
Strengholt United Media

Handreiking. Evaluatie van maatschappelijke relevantie van wetenschappelijk onderzoek


De maatschappelijke relevantie van wetenschappelijk onderzoek wordt steeds belangrijker. De bestaande evaluatiemethoden voor onderzoek voorzien echter meestal niet in het meten en evalueren van ‘maatschappelijke kwaliteit’.

redactie: René Rector, Sciencestories.nl

Deze handreiking beschrijft een relatief eenvoudige methodiek, die onderzoeksgroepen in staat stelt om op een systematische manier te reflecteren op de maatschappelijke relevantie van het onderzoek.

Voor mij was de handreiking een ingrijpende redactie- en herschrijfklus, waarmee het Rathenau Instituut een fraaie standaard neerzet voor het inventariseren van maatschappelijke relevantie van onderzoek.

Handreiking. Evaluatie van maatschappelijke relevantie van wetenschappelijk onderzoek is een uitgave van:

Rathenau Instituut