Categoriearchief: Redactie

Voorbeelden van redactie en eindredactie in opdracht.

LSH-FES: Diagnose, medicijnen, herstellen

‘Diagnose, medicijnen, herstellen’ doet verslag van de resultaten die zijn geboekt in de zes zogenoemde LSH-FES consortia: tEPIS, Cyttron II, NeuroBasic, Virgo, DCTI en NIRM. Science stories verzorgde de hoofd/eindredactie, en nam ook een aantal verhalen voor zijn rekening.

redactie René Rector, Sciencestories.nl

De activiteiten van deze consortia liepen van 2010 tot 2016 en werden gecofinancierd uit de zogenoemde aardgasbaten (FES staat voor het Fonds Economische Structuurversterking, waaruit tal van grote wetenschappelijke onderzoeksprogramma’s werden gefinancierd). De werkterreinen van deze onderzoeksconsortia waren zeer divers: image sharing of bestandsdeling, bioimaging, hersenziekten, virusinfecties, diabetes type 1 en regeneratieve geneeskunde. Hoewel uiteenlopend in focus, hebben de zes consortia als overeenkomst dat zij alle werkten aan de vaak zo moeilijke stap van fundamenteel onderzoek naar praktische toepassingen. Na zes jaar hard werken zijn de resultaten van deze samenwerkingsverbanden duidelijk zichtbaar – veel ontwikkelingen zijn direct inzetbaar voor patiënten, danwel kunnen worden gebruikt voor onderzoek dat heel dicht bij de patiënten staat.

Die positie van ‘fundamenteel, maar wel dicht bij iets waar patiënten iets aan hebben’ was een voorwaarde om in dit subsidieprogramma te kunnen deelnemen. Kruisbestuiving met het bedrijfsleven was een tweede. Topsector Life Sciences & Health heeft bovendien getracht de onderzoeksactiviteiten zo breed mogelijk te spreiden: van diagnose tot het ontwikkelen van medicijnen tot onderzoek naar het zelfherstellend vermogen van het lichaam. Naar die driedeling verwijst de titel ‘Diagnose, medicijnen, herstellen’.
LSH-FES Tepis cover NLLSH-FES Cyttron cover

Diagnose

Op het terrein van diagnostiek zijn binnen LSH-FES twee clusters van onderzoek die aanhaken op die gedachte: tEPIS en Cyttron II. Beide onderzoeksprogramma’s beogen middels technologische vernieuwing de diagnostiek te vereenvoudigen. tEPIS richt zich op infrastructuur voor diagnostiek van pathologie, Cyttron II op bioimagingtechnieken.

LSH-FES tEpis in vogelvlucht
Spread “tEpis in vogelvlucht”

Het boek is opgedeeld in zes delen, die ook elk afzonderlijk zijn gedrukt. De delen hebben elk een aantal karakteristieke kenmerken. De (inside) covers kregen een illustratie van Studio Parkers die het werk van de consortia symboliseert. Ook in elk deel present is de infographic, die kort en bondig enkele kernprincipes binnen het onderzoek toelicht.

LSH-FES NeuroBasic cover NLLSH-FES Virgo cover NL

Medicijnen

Een stap verder in het behandelproces stuiten artsen bij patiënten met verschillende aandoeningen op de afwezigheid van een goede remedie. NeuroBasic PharmaPhenomics bouwde binnen LSH-FES voort op de kennis die in de voorloper van het onderzoeksprogramma, NeuroBasic MousePhenomics, was opgedaan. In MousePhenomics dachten onderzoekers een methode uit om medicijnen tegen tal van hersenziekten überhaupt te kunnen testen in modellen – iets dat tot nu toe nauwelijks mogelijk was.

LSH-FES NeuroBasic Spread Schizofrenie behandelen begint bij begrip
Spread “Schizofrenie behandelen begint bij begrip”

In PharmaPhenomics zet het consortium een stap verder, waardoor verschillende veelbelovende medicijnen tegen tal van hersenziekten nu klinisch getest kunnen worden. Onderzoeksconsortium Virgo had binnen LSH-FES als doel de geheimen van het immuunsysteem verder te ontrafelen, om er zo achter te komen wat er in detail gebeurt bij een virusinfectie en er adequate interventiestrategieën en vaccins tegen te ontwikkelen.

LSH-FES NeuroBasic Spread Ingenieuze apparatuur maakt hersenonderzoek makkelijker
Spread “Ingenieuze apparatuur maakt hersenonderzoek makkelijker”

In het deel van Neurobasic is goed te zien wat fotografie kan doen voor het overbrengen van een verhaal. Vooral de fotografie van Michel Mees bij het verhaal over de speurtocht naar een werkend medicijn tegen schizofrenie heeft in zichzelf een wow-factor, maar ook de beeldreportage over nieuwe testmethoden is een typisch geval van het spreekwoordelijke ‘een beeld zegt meer dan duizend woorden’.

LSH-FES Nirm cover NLLSH-FES DCTI cover NL

Herstel

Er zijn ook aandoeningen waarvan we weten dat het ontwikkelen van een goede therapie op de conventionele manier een hachelijke onderneming blijft. Hier past een heel nieuwe manier van geneeskunst. Het Diabetes Cell Therapy Initiative (DCTI) en het Netherlands Institute for Regenerative Medicine (NIRM) zochten binnen LSH-FES naar alternatieve therapieën voor bestaande aandoeningen. Patiënten met diabetes type 1 zijn aangewezen op het spuiten van insuline. Door te proberen alvleeskliertransplantatie en het kweken en transplanteren van de eilandjes van Langerhans te verbeteren wil DCTI de kwaliteit van leven van patiënten met diabetes type 1 verbeteren. Bij NIRM wordt onderzocht in hoeverre het buiten het lichaam opkweken van lichaamseigen celmateriaal een oplossing kan zijn als het lichaam zelf niet meer herstelt.

LSH-FES Nirm Spread Hart geeft nog niet alle geheimen prijs
Spread “Hart geeft nog niet alle geheimen prijs”

De meeste consortia hebben, net als bij vrijwel elk wetenschappelijk onderzoek, behalve met succes ook te maken gehad met tegenslag. Wat aanvankelijk veelbelovend of zelfs makkelijk leek, mondde uit in een langdurige reeks probeersels, listen om lastige hobbels te nemen en inventieve vondsten die nieuw inzicht opleverden. Om die reden hebben de meeste delen een ‘procesverslag’ – een verslag in dagboekstijl dat zo’n zoektocht naar de goede oplossing goed weergeeft. Die procesverslagen wijken in vormgeving en stijl af en vallen daardoor extra op. Door op deze wijze inzichtelijk te maken hoe moeilijk wetenschappelijk onderzoek soms is, hebben we voorkomen dat de indruk gewekt wordt dat consortia alleen maar grensverleggende mijlpalen hebben geslagen.

LSH-FES cover ENLSH-FES

Behalve de Nederlandse uitgave ‘Diagnose, medicijnen, herstellen’ (ISBN 978-90-807981-4-4) is het boek ook integraal in het Engels vertaald en uitgebracht onder de naam ‘Diagnosis, medicines, recovery’ (ISBN 978-90-807981-5-1). Uitgever is in alle gevallen:

Nemo Kennislink | LSH-FES

 

Lees de Nederlandse uitgave hier:

Digitale infrastructuur voor pathologisch onderzoek

Bij Nemo Kennislink verschenen: “Digitale infrastructuur voor pathologisch onderzoek” van onderzoeksconsortium tEPIS. Voor deze uitgave over bestandsdeling van hele grote beeldbestanden voor pathologen deed ik de hoofd/eindredactie en schreef ik alle verhalen.

tekst & redactie René Rector, Sciencestories.nl

Kennislink bestandsdeling tEpis in vogelvlucht
Spread “tEpis in vogelvlucht”

Praktisch gezien is op grote schaal samenwerken voor pathologen lastig. Hun object van studie bestaat uit flinterdunne plakjes weefsel onder de microscoop. Samen kijken betekent dat je naast elkaar moet gaan zitten. Tot voor kort. Pathologen kunnen nu in de cloud.

tEPIS, de kleinste van de zes LSH-FES onderzoeksconsortia, zette als onderzoeksgroep haar tanden in een netelig probleem: om op afstand met elkaar samen te werken moeten pathologen microscoopglaasjes met weefselcoupes naar elkaar opsturen of toebrengen, met de kans dat het zoek raakt of beschadigt. Of je moet microscoopbeelden digitaliseren. Tot voor kort was dat niet goed mogelijk, maar sinds een paar jaar zijn er scanners die het kunnen. Dat leidt alleen tot zeer grote bestanden (5GB). Even een foto-tje mailen is er niet bij, zodat in plaats van microscoopglaasjes tot nu toe harde schijven met beeldbestanden op de post gingen.

Bestandsdeling

bestandsdeling Tepis Spread Pathologen gaan in de cloud
Spread “Pathologen gaan in de cloud”

tEPIS ontwikkelde een techniek waarmee die bestanden wel naar de andere kant van de wereld kunnen via het internet. Dat werkt ongeveer zo als bij Google maps: een patholoog zoekt op zijn scherm de gedigitaliseerde foto van een weefselcoupe af tot hij/zij iets ziet dat interessant is. Zodra er wordt ingezoomd, wordt gedetailleerder beeld (maar alleen van het kleine stukje van de foto dat in beeld is) via het web binnengehaald.

Klinkt misschien eenvoudig, maar naast de enorme omvang van de foto’s speelde beveiliging van gegevens een grote rol bij het ontwerp van het systeem voor bestandsdeling. Het is immers niet de bedoeling dat een hacker foto’s van tumorweefsel van meneer Jansen van het web kan plukken, bestandsdeling Tepis cover ENmaar het is wèl de bedoeling dat medici kunnen terugvinden bij welke patiënt de analyse van een patholoog hoort.

Behalve de hoofd/eindredactie nam ik voor deze uitgave ook alle verhalen voor mijn rekening. Het boek werd in opdracht van Topsector Life Sciences & Health in twee talen geproduceerd door:
Nemo Kennislink | bestandsdeling

Virusinfecties: beter begrepen, beter bestreden

Bij Nemo Kennislink verschenen: “Virusinfecties: beter begrepen, beter bestreden” van onderzoeksconsortium Virgo. Voor deze uitgave deed ik de hoofd/eindredactie en schreef ik mee.

redactie René Rector, Sciencestories.nl

Kennislink virusinfecties Virgo Spread Oppepper voor een uitgeput afweersysteem
Spread “Oppepper voor een uitgeput afweersysteem”

Een virus de wereld uit helpen is zo makkelijk nog niet. Waar virussen vroeger geïsoleerd waren binnen kleine gastheerpopulaties, maakt onze levensstijl het ze nu veel gemakkelijker om de hele wereldbevolking te bereiken. Vaccins helpen niet altijd. Onderzoeksconsortium Virgo zoekt naar een betere aanpak van virussen: weet je hoe ze precies werken in het lichaam, dan kun je infecties beter behandelen of zelfs voorkomen.

Virgo houdt zich bezig met vier grote “boosdoeners”: virussen die via de longen binnenkomen, virussen die zich in de ingewanden ophouden, hepatitis en aids. Telkens is het doel om goed in kaart te brengen hoe de virusinfectie precies verloopt.

Virusinfecties in aanvang

Virussen hebben een gastheer nodig om zich te reproduceren. Ze kunnen dat niet zelf. Die gastheer is erg specifiek. Mensen zijn bijvoorbeeld vrijwel de enige soort die geïnfecteerd kan worden met de mazelen. In het lichaam moet een virus bovendien de juiste cel vinden. Daarvor heeft een virus zich op z’n oppervlak beplakt met allerlei eiwitten, die de juiste cel kunnen herkennen. Die eiwitten heeft het virus dus nodig, maar verraden óók z’n aanwezigheid. In ons DNA hebben we informatie opgeslagen om zelf eiwitten te coderen waarmee we de virus-eiwitten kunnen herkennen en virussen kunnen bestrijden. Zodra een virus binnendringt en het immuunsysteem het opgespoord heeft, worden er uit ons DNA-archief allerlei eiwitten gesynthetiseerd, die het virus te lijf moeten gaan.

Elke stap inzichtelijk

Met nieuwe technieken wordt het steeds beter mogelijk te lokaliseren welke eiwitten worden aangemaakt, welk DNA daarbij actief is en wat die verdedigingseiwitten vervolgens doen. Neem bijvoorbeeld het respiratoir syncytieel virus (RSV)  Dat is een belangrijke veroorzaker van verkoudheid. Bij pasgeborenen is een RSV-infectie soms levensbedreigend. Maar niet altijd. Virgo zocht uit in welke gevallen een kindje beter in het ziekenhuis kan blijven, of wanneer het met een gerust hart naar huis kan. Je moet daarvoor letten op de mate van activiteit van bepaalde genen. Houden ze zich rustig, dan reageert de pasgeborene “normaal” en kan het kindje naar huis. Maar sommige kindjes reageren zo heftig, dat die reactie ze het leven kan kosten als ze niet behandeld worden. In een stadium waarin de symptomen van beide groepen nog gelijk zijn, geeft de gentest inzicht in de mate waarin de kleintjes een week later zullen reageren op de RSV-besmetting.

Kennislink virusinfecties Virgo Spread Vaccins werken niet als je ze op de plank laat liggen
Spread “Vaccins werken niet als je ze op de plank laat liggen”

Kennislink virusinfecties Virgo cover ENBij hepatitis en aids heeft Virgo vooral gekeken hoe het immuunsysteem geholpen kan worden bij de bestrijding van het virus. Dat raakt in beide gevallen uitgeput voordat het virus volledig weg is. Een spannend “dagboek” in dit boek gaat over de ontdekking van SARS – een coronavirus dat door Virgo ontdekt is. Daarbij ging het consortium op zoek ging naar de dierlijke “schuilplaats” van waaruit het oversprong naar mensen en waarbij het tot een succesvolle ontwikkeling van een vaccin kwam.

Behalve de hoofd/eindredactie nam ik voor deze uitgave de introducerende verhalen voor mijn rekening. De andere teksten werden geschreven door Joost van der Gevel, Elles Lalieu en Rineke Voogt. Het boek werd in opdracht van Topsector Life Sciences & Health in twee talen geproduceerd door:

Nemo Kennislink | virusinfecties

Lees de Nederlandse uitgave hier:

Help het lichaam zichzelf te herstellen – NIRM

Bij Nemo Kennislink verschenen: “Help het lichaam zichzelf te herstellen” van onderzoeksconsortium NIRM. Voor deze uitgave over regeneratieve geneeskunde deed ik de hoofd/eindredactie en schreef ik mee.

redactie René Rector, Sciencestories.nl

Kennislink regeneratieve geneeskunde Nirm Spread Als tissue engineering en stamcelonderzoek elkaar ontmoeten
Spread “Als tissue engineering en stamcelonderzoek elkaar ontmoeten”

Het Netherlands Institute of Regenerative Medicine (NIRM) combineert tissue engineering met stamcelonderzoek. Bij tissue engineering gaat het om hele organen of weefselstructuren buiten het lichaam bouwen, en met behulp van dat bouwsel het lichaam helpen zichzelf te herstellen. Maar tissue engineering is nog niet zo makkelijk. Want hoe zorg je dat precies het goede weefsel gaat groeien?

Kennislink regeneratieve geneeskunde Nirm Spread Een duwtje in de richting van bot of kraakbeen
Spread “Een duwtje in de richting van bot of kraakbeen”

De uitgave behandelt in 44 pagina’s uiteenlopende onderwerpen. De tissue engineers houden zich bijvoorbeeld bezig met het opkweken van kraakbeen (groeit en herstelt van nature bijna niet), hartkleppen (erg lastig, omdat ze zo intensief gebruikt worden) en bot.

Regeneratieve geneeskunde

Het idee bij regeneratieve geneeskunde is dat stamcellen uit het lichaam worden weggenomen, buiten het lichaam worden opgekweekt en dan weer ingespoten worden. Op die manier kunnen ze functies oppakken die in het lichaam verloren zijn gegaan.

Op dat basisprincipe zijn veel variaties mogelijk. In Groningen trachten onderzoekers de stamcellen van speekselklieren op te kweken. Wanneer voor de bestrijding van een tumor in het hoofd-halsgebied namelijk een behandeling met bestraling nodig is, raken de speekselklieren soms defect. Gevolg: de patiënt maakt geen speeksel meer aan. En dat is meer dan alleen maar een beetje vervelend.

Kennislink regeneratieve geneeskunde Nirm Spread Hart geeft nog niet alle geheimen prijs
Spread “Hart geeft nog niet alle geheimen prijs”

Het hart is nog niet buiten het lichaam op te kweken, vooral omdat de cellen niet goed terug te plaatsen zijn. Toch hebben NIRM-onderzoekers een mijlpaal bereikt: een miniatuurhartje dat klopt in een petri schaaltje. Patiënten hebben baat bij dit soort ontwikkelingen. Op deze miniatuurhartjes kun je het effect van medicijnen op zo’n patiënt testen voordat je het toedient. De beeldbewerkingen (het opengewerkte en Kennislink regeneratieve geneeskunde Nirm cover ENdichtgenaaide hart) werden uitstekend uitgevoerd door René den Engelsman.

Behalve de hoofd/eindredactie nam ik voor deze uitgave de introducerende verhalen voor mijn rekening. De andere teksten werden geschreven door Elles Lalieu en Rineke Voogt. Het boek werd in opdracht van Topsector Life Sciences & Health in twee talen geproduceerd door:Nemo Kennislink

 

Lees de Nederlandse uitgave:

Bioimaging(technologie) voor een betere diagnostiek – Cyttron II

Bij Nemo Kennislink verschenen: “Bioimagingtechnologie voor een betere diagnostiek” van onderzoeksconsortium Cyttron II. Voor deze uitgave deed ik de hoofd/eindredactie en schreef ik mee.

redactie René Rector, Sciencestories.nl

Kennislink bioimaging Cyttron Spread Cyttron II in vogelvlucht
Spread “Cyttron II in vogelvlucht”

De oorzaak van ziektes ligt vaak op moleculair niveau. Kunnen inzoomen op verschillende structuren – moleculen, celorganellen, cellen, weefsels en organen – helpt enorm bij het stellen van een diagnose. Het probleem: zo’n megazoomer bestaat niet. Maar beter kijken… dat kan wel.

Elektronenmicroscoop

Cyttron II zocht en vond nieuwe manieren om juist op de kleinste schaal biomaterialen zichtbaar te maken. Zo werden de eerste stappen gezet om röntgendiffractie (de techniek waarmee de structuur van DNA werd ontrafeld) ook voor kleinere moleculen toepasbaar te maken. Iets groter ontwikkelden wetenschappers van Cyttron II een techniek waarmee je met een elektronenmicroscoop naar celmateriaal kunt kijken. Bioimaging op die schaal is een uitdaging: veel biostructuren gaan namelijk kapot als je ze met elektronen beschiet – precies dat wat je doet met een elektronenmicroscoop.

Het boekje start, net als de andere boekjes over de LSH-FES-consortia met een infographic van mijn hand van de diverse onderzoekslijnen die Cyttron II heeft gevolgd. Dat loopt uiteen van elektronenmiscroscopie tot het construeren van 3D-beelden van celonderdelen.

Problemen met bioimaging

Kennislink bioimaging Cyttron Spread Cellen in 3D
Spread “Cellen in 3D”

De problemen als je biomateriaal in beeld wilt brengen, zijn erg divers en dat zie je terug aan de gevonden oplossingen. Soms zijn ze technologisch van aard – zoals bij het digitaal kunnen scannen van celcoupes – maar technisch oplossen zonder kennis van de biologie gaat niet. Soms zijn ze menselijk van aard, zoals in mijn eigen bijdrage.

Ik schreef voor Cyttron II zelf het verhaal over de speurtocht naar een manier om beelden van verschillende microscopen aan elkaar te verbinden. Na een techniek voor bioimaging te hebben verkend die net zo werkt als gezichtsherkenning, gooiden de onderzoekers het over een heel andere boeg. Kennislink bioimaging Cyttron cover ENGebruiksvriendelijkheid kwam daarmee in het centrum van hun onderzoek te staan.

De andere teksten werden geschreven door Joost van der Gevel, Elles Lalieu en Rineke Voogt. Het boek werd in opdracht van Topsector Life Sciences & Health in twee talen geproduceerd door NEMO Kennislink:

Nemo Kennislink

Lees de Nederlandse uitgave:

Totale Investeringen in Wetenschap en Innovatie – TWIN 2014-2020

De overheidssteun voor research & development (R&D) en innovatie houdt geen gelijke tred met de ontwikkeling van de aantrekkende economie. Uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (BBP), dalen de uitgaven de komende jaren. Dat blijkt uit het TWIN 2014-2020 rapport van het Rathenau Instituut.

redactie René Rector, Sciencestories.nl

Tot en met 2020 geeft de overheid ongeveer 6 miljard euro per jaar uit aan onderzoek en innovatie tegenover 6,2 miljard euro in 2016. De cijfers laten zien dat de middelen voor het meer fundamentele onderzoek globaal gelijk blijven, maar dat de middelen voor het meer toegepaste onderzoek en de overige uitgaven van de departementen dalen.

Als we de overheidssteun afzetten tegen de ontwikkeling van de economie, weergegeven in het bruto binnenlands product (BBP), dan laten zowel de totale overheidssteun als de overheidsuitgaven voor R&D een daling zien. In de periode 2016-2020 daalt de totale overheidssteun van 0,89 procent van het BBP naar 0,79 procent van het BBP. Voor de directe R&D-uitgaven is dat van 0,70 naar 0,62 procent. De overheidssteun voor R&D en innovatie houdt dus geen gelijke tred met de ontwikkeling van de economie.

Uitgaven EU voor R&D en innovatie nemen toe

Naast de financiering vanuit de rijksoverheid, zijn er in Nederland nog andere publieke financiële middelen voor R&D en innovatie: middelen vanuit de Europese Unie (EU) en regionale middelen, deels ook afkomstig uit EU-fondsen. Gegevens laten het volgende zien:

De financiële middelen vanuit de EU-Kaderprogramma’s zijn de afgelopen jaren toegenomen. Naar verwachting blijft dat de komende jaren ook zo. In totaal bedragen deze inkomsten naar schatting € 700 à 800 miljoen per jaar. De eerste resultaten van Horizon 2020 ondersteunen dit.

De middelen op regionaal niveau, vooral EU-middelen en provinciale middelen met een brede invalshoek van kennis en innovatie, bedroegen in 2014 ongeveer € 250 miljoen. In de periode 2015-2018 zullen deze middelen naar verwachting gelijk blijven.

Over de TWIN-cijfers

Jaarlijks bundelt het Rathenau Instituut de gerealiseerde en de voorgenomen uitgaven voor onderzoek en innovatie van de verschillende ministeries in de TWIN-cijfers: deTotale investeringen in Wetenschap en INnovatie 2014-2020. De cijfers in TWIN 2014-2020 zijn gebaseerd op de departementale begrotingen 2016. Het instituut stelt de cijfers samen op verzoek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het Ministerie van Economische Zaken opdat politiek en beleidsmakers over actuele cijfers beschikken.

Van dit rapport verzorgde ik de eindcorrectie. Download het rapport via de website van het:

Rathenau Instituut

Chinese borden – geldstromen in de wetenschap

Van het Rathenau Institituut verscheen het rapport ‘Chinese borden’ over geldstromen binnen de wetenschap. Van het rapport verzorgde ik de redactie.

redactie René Rector, Sciencestories.nl

‘Chinese borden – Financiële stromen en prioriteringsbeleid in het Nederlandse universitaire onderzoek’, samengesteld door Elizabeth Koier, Barend van der Meulen, Edwin Horlings en Rosalie Belder, brengt in kaart hoe universitair onderzoek gefinancierd wordt. Traditioneel wordt er in de wetenschappelijke wereld onderscheid gemaakt tussen directe financiering door OCW (eerste geldstroom), geoormerkte financiering, hoofdzakelijk via NWO verdeeld op basis van ingediende onderzoeksvoorstellen (tweede geldstroom), en financiering vanuit bedrijven (derde geldstroom). In dit rapport laten de onderzoekers zien dat die geldstromen eigenlijk allemaal vervuild zijn. Zo wordt het collegegeld dat studenten betalen tot de eerste geldstroom gerekend, maar sinds het opheffen van de studiefinanciering als gift is dat geld eigenlijk privaat geld.

De onderzoekers kom met een andere indeling, die de geldstromen beter inzichtelijk maakt: de geldstromen verdelen ze zowel onder in direct of competitief, en publiek of privaat, wordt duidelijk dat de directe publieke financiering (lumpsum geld dat rechtstreeks van OCW naar de universiteiten) absoluut gezien nog altijd het grootste aandeel inkomsten op de universitaire winst- en verliesrekening vormt, maar dat deze geldbuidel wel behoorlijk wordt leeggeschud omdat competitieve onderzoeksfinanciering vanuit NWO en de ERC in toenemende mate verstrekt wordt onder de voorwaarde dat universiteiten zelf ook geld bijleggen bij dat onderzoek (matching genoemd).

Het gevolg is dat het overgrote deel van het universitaire budget officieel vrij te besteden is, maar dat de perceptie van wetenschappers dat dit niet het geval is óók terecht is. Een aanzienlijk deel van dit vrij te besteden geld is indirect via matching toch geoormerkt. Het rapport haakt met deze analyse in op geluiden die al langer te horen zijn in de wetenschappelijke wereld: namelijk dat de overheid met ‘perverse prikkels’ te veel zou willen sturen.

Geldstromen en ‘perverse prikkels’

Barend van der Meulen legde de verantwoordelijkheid voor het verkeerd prikkelen – en daarmee ook de mogelijkheid om het systeem te veranderen – op het derde Science in Transition-symposium vooral bij de universiteiten zelf. “De overheid prikkelt nauwelijks,” aldus Van der Meulen. “Zelfs niet de zo vaak besproken ‘promotiebonus’ is geen bonus. Het is geen extra geld. Het aantal promoties is een van de parameters op basis waarvan een vaste som geld verdeeld wordt.”

De ‘promotiebonus’ onderstreept hoezeer de problemen die unversiteiten hebben met de grootte en richting van de geldstromen in de wetenschap, alleen maar op de werkvloer kan worden opgelost. Als álle universiteiten het aantal promovendi zou halveren, zouden ze allemaal nog precies evenveel ‘promotie’-geld krijgen en zouden hoogleraren weer tijd over hebben om een deel van het onderzoek zelf uit te voeren.

Chinese borden is te lezen als download op de website van:

Rathenau Instituut

 

De volgende generatie medicijnen voor hersenziekten – NeuroBasic

Bij Nemo Kennislink verschenen: “De volgende generatie medicijnen voor hersenziekten” van het onderzoeksconsortium NeuroBasic PharmaPhenomics. Voor deze uitgave – de tweede in een reeks van zes – deed ik de hoofd/eindredactie.

redactie René Rector  / Sciencestories.nl

Kennislink hersenziekten Neurobasic Spread NeuroBasic in vogelvlucht
Spread “NeuroBasic in vogelvlucht”

Hersenziekten scoren in de overlijdensstatistieken ver onder kanker en hart- en vaatziekten. Daardoor wordt de impact van aandoeningen aan de hersenen nogal eens onderschat. De invloed op kwaliteit van leven, de behandelkosten en het ziekteverzuim als gevolg van ziektes als depressie, epilepsie, autisme en schizofrenie is immens.

Kennislink hersenziekten NeuroBasic Spread Schizofrenie behandelen begint bij begrip
Spread “Schizofrenie behandelen begint bij begrip”

NeuroBasic

Behalve een onderschatte impact hebben die hersenziektes nog iets gemeen: er bestaat geen medicijn tegen. Maar dat gaat veranderen, als het aan het NeuroBasic consortium ligt. Het consortium ontwierp een methode waardoor je adequaat en gericht een stof kunt ontwikkelen die epileptische aanvallen onderdrukt of schizofrenie bestrijdt.

Kennislink hersenziekten NeuroBasic Spread Ingenieuze apparatuur maakt hersenonderzoek makkelijker
Spread “Ingenieuze apparatuur maakt hersenonderzoek makkelijker”

Hersenziekten

Het grote probleem bij hersenziekten is dat medicijnen op geen enkele manier te testen waren. De geschiedenis telt tal van ethisch onverantwoorde experimenten waarin mensen als proefkonijn werden gebruikt. In de farmacologie is het testen op proefdieren de regel, maar omdat niemand kon vertellen of een muis schizofreen is of niet, laat staan schizofrenie bij muizen kon veroorzaken, was het ontwikkelen van een medicijn voor een hersenziekte een hachelijke onderneming. Nadat in een voorloper van NeuroBasic PharmaPhenomics een methode werd ontwikkeld om muizen exact hetzelfde genetische defect toe te brengen als dat in mensen bijvoorbeeld epilepsie veroorzaakt, pakte PharmaPhenomics de draad op om op een intelligente manier, met een minimum aan proefdieren, medicijnen te ontwerpen en te testen die rechtstreeks aangrijpen op de gevolgen van zo’n genetisch defect.

Kennislink hersenziekten NeuroBasic cover ENIk schreef zelf mee (onder andere aan de infographic en introductie). De andere teksten werden geschreven door Joost van der Gevel, Elles Lalieu en Rineke Voogt. Het boek werd in opdracht van Topsector Life Sciences & Health in twee talen geproduceerd door Nemo Kennislink:

Nemo Kennislink | hersenziekten

Lees de Nederlandse uitgave:

Op weg naar genezing van diabetes type 1 – DCTI

Bij Nemo Kennislink verschenen: “Op weg naar genezing van diabetes type 1” van het Diabetes Cell Therapy Initiative. Voor deze uitgave deed ik de hoofd/eindredactie.

redactie René Rector, Sciencestories.nl

Kennislink diabetes DCTI Spread Eilandjes transplanteren
Spread “Eilandjes transplanteren”

Diabetes (suikerziekte) staat bekend als sluipmoordenaar, omdat een te hoge bloedsuiker op den duur leidt tot complicaties. Bij patiënten met diabetes type 1 is de bloedsuikerspiegel soms moeilijk te reguleren. Oorzaak: de cellen die insuline produceren zijn defect. Tot nu toe zijn patiënten aangewezen op het spuiten van insuline. Pas als dat echt niet werkt, wordt transplantatie overwogen. Binnen DCTI is gezocht naar verbetering en alternatieven.

Diabetes

Er bestaan twee vormen van suikerziekte. Bij diabetes type 1 valt het eigen afweersysteem de eilandjes in de alvleesklier aan. Die raken daarbij zo sterk beschadigd dat ze geen insuline meer produceren. Glucose kan dan niet meer door de cellen worden opgenomen en blijft achter in het bloed. Als dat chronisch gebeurt, kan dat leiden tot complicaties als blindheid, nierfalen, hartklachten en amputaties. Type 2 is een heel ander verhaal: dat is een stofwisselingsziekte waarbij het lichaam langzaam ongevoelig wordt voor insuline, wat onbehandeld tot dezelfde problemen kan leiden.

Kennislink diabetes DCTI Spread DCTI in vogelvlucht
Spread “DCTI in vogelvlucht”

In Nederland leven ongeveer één miljoen mensen met diabetes. Daarvan zijn er 900.000 met type 2 en 100.000 met type 1. Toch is binnen DCTI gekozen om onderzoek te doen naar nieuwe behandelingen voor type 1. Projectleider Eelco de Koning legt uit waarom: “De glucoseregulatie bij diabetes type 1 is in het algemeen gecompliceerder dan bij diabetes type 2. Patiënten moeten meteen insuline gaan spuiten, terwijl er bij type 2 eerst iets gedaan kan worden met het dieet of met tabletten.”

Alternatieve behandelmethoden

Maar alternatieven voor insuline zijn schaars. De alvleesklier, waar het lichaam insuline produceert, laat zich niet makkelijk transplanteren. Sowieso zijn donoren schaars, maar bij alvleesklieren treden na transplantatie dikwijls complicaties op. DCTI zocht naar alternatieven. Bijvoorbeeld: het beter kunnen transplanteren van de alvleesklier, het optimaliseren van hettransplanteren van eilandjes van Langerhans en het opkweken van bètacellen in de eilandjes.

Insuline wordt gemaakt in bètacellen in de eilandjes van Langerhans. Die bètacellen laten zich niet makkelijk kweken. Toch boekte DCTI voorzichtige successen, zowel bij het vinden van donormateriaal dat moet worden opgekweekt tot bètacellen, als voor het transplanteren van opgekweekt celmateriaal naar bijvoorbeeld onderhuids. Op die manier krijgen diabetologen meer mogelijkheden om diabetes type 1 te behandelen.Kennislink diabetes DCTI cover EN

Ik schreef zelf mee (onder andere aan de infographic). De andere teksten werden geschreven door Elles Lalieu en Rineke Voogt. Het boek werd in opdracht van Topsector Life Sciences & Health in twee talen geproduceerd door NEMO Kennislink:

Nemo-Kennislink | diabetes

Lees de Nederlandse uitgave hier: